Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

u, Lezer! behoef ik wel meer te noemen, om u het wenschelijke eener nieuwe Nederduitsche vertaling van het Nieuwe Testament aanschouwelijk te maken ? Het komt er nu maar op aan, dat hetgeen ik d&ar geopperd heb, niet overdreven zij. Doch voor een ieder, die de oogen niet moedwillig gesloten houdt, zal dit, vertrouw ik, voldoende kunnen blijken. Ik ga nu het algemeene door de ontwikkeling van bijzonderheden ophelderen. Evenwel zal ik mij, om mijn bestek niet te overschrijden , bij het geven van ettelijke proeven te bepalen hebben.

De proeven, tot welker beschouwing ik nu den lezer uitnoodige, wil ik niet ontleenen aan gebreken, die slechts hier en daar in den Staten-Bijbel gevonden worden, maar die onze vertalers dikwijls begaan hebben. Daartoe behoort dan, dat zij , zonder eenige noodzaak, dezelfde woorden op verschillenderlei wijze en, omgekeerd, verschillende woorden op dezelfde wijze hebben overgebragt. Zal ik een sprekend voorbeeld aanhalen, men zie dan, hoe zij te werk zijn gegaan met twee Grieksche: een deelwoord en een bij voegelijk naamwoord. Het ééne (1) vertalen zij nu eens bemind (Mom. IX : 25. Kol. III: 12. 2 These. LI: 13,) dan eens geliefd (Efez. I: 6. 1 Thess. I: 4. Openb. XX: 9.) Voor het andere (2) lezen wij bij hen insgelijks (Bom. XI: 28. XII: 19. XVI: 5 enz.) bemind en (1 Kor. X: 14. XV: 58. 2 Kor. VII: 1 enz.) geliefd. Ook in hetzelfde boek (Malth. XII: 18. XVII: 5.) vindt men voor het laatstgenoemde beide die woorden gebruikt, terwijl er elders (1 Kor. IV: 14, 17.) weêr lief voor-

(1) 'Hyanijiiivog.

(2) 'Ayarnjróg.

Sluiten