Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en: ik zal met hem maaltijd houden, de ongeletterde niet zou verleid worden om zich voor te stellen, wat heden ten dage kettersch en bij uitstekendheid avondmaal genoemd wordt. Van hetgeen in de laatstgenoemde plaats gezien wordt, dat, namelijk onze Overzetters het algemeene met het bijzondere verwisseld hebben, vinden wij voorbeelden in menigte. Zoo schreven zij Joh. III: 17 veroordeelen voor oordeelen (1), en Joh. V: 29 verdoemenis voor oordeel (2). Daardoor kenden zij, om het op zijn zachtst uit te drukken, althans aan den Zaligmaker meer toe, dan Hij gesproken had. En dit is te opmerkelijker, daar in de vertaling, van utenhoten richters en ghericht te lezen staat. Doch in plaats van mij bij dergelijke proeven langer op te houden, sta ik liever eenige oogenblikken stil bij eene spreekwijze, welke wij dikwijls in het Nieuwe Testament aantreffen. Wie herinnert zich niet aldaar op menige bladzijde van het eeuwige leven gelezen te hebben ? Er is in het Grieksch driederlei, of, wil men een tweetal plaatsen in den eersten Brief van johannes uitzonderen (3), tweederlei soort van uitdrukking, aan welke dat Nederduitsche in den Staten-Bijbel beantwoordt. Onze Overzetters zijn daarover niet hard te beschuldigen. In de eerste helft der XVIIde eeuw wist men toch van geen onderscheid, dat men eerst in later

(1) Kq'ivhv. (2) Koioig.

(3) Eene derde, 1 Joh. V: 20, komt hier niet in aanmerking: want voor het gewone 17 Zmtj cciüpios zal men dia>, met weglating van het lidwoord, moeten lezen: Ccoij aiüviog, zoo als kldit reeds gegist heeft in zijne Findiciae Jrticuli eet. Part. I. Tom. 2. p. 649.

Sluiten