Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den geest heb P Daardoor versta ik niet hetgeen wegens het verschil der Grieksohe en Nederduitsche talen aan den tekst moet worden bijgedaan. Werd dit uitgesloten, dan zou er geene overzetting kunnen geschieden. Neen, ik bedoel inlasschingen, die buiten noodzakelijkheid aan het oorspronkelijke worden toegevoegd en in den regel tusschen twee haakjes staan. Yan kindsbeen aan hadden onze Vertalers Bijbels, waarin die voorkwamen. Door er zich van te bedienen deden zij niets anders, dan hetgeen hun op de Synode te Dordrecht in last was gegeven (1). In de eerste helft der zeventiende eeuw kende men ook die strenge regels van Bijbelvertaling niet, aan welke wij ons heden ten dage gebonden zien. En te minder moet het menigvuldig gebruik van inlasschingen in den Staten-Bijbel verwondering baren, daar men er nog in onze dagen het pleit voor heeft opgenomen (2). Maar te regt veroordeelde ze vissering (3) onlangs als een der hoofdgebreken, welke' den arbeid onzer Overzetters ontsieren. Ettelijke jaren vroeger gaf een ander van die geleerden, aan wie het werk eener nieuwe Nederduitsche I Bijbelvertaling is toebetrouwd, de Heer haeting (4), een afzonderlijk geschrift uit, om er het verkeerde van aan te wijzen. In mijne Proeve van grondslagen (5) heb ik er mij ook breedelijk over uitgelaten. Nu zijn de meeste dezer

(1) Acta fiyn. 1. c. hihlópen, Bijlagen, bl. 137.

(2) Vak deinse , eenige aanmerkingen over ingelaschte woorden enz. in Godg. Bijdr. VII. D. bl. 559 volgg.

(3) Bl. 414 volgg. 446 volgg.

(4) Iets over de verklarende tusschenvoegsels enz. in Jaarboeien eni. V. D. bl. 607 volgg.

(5) Bl. 126 volgg.

Sluiten