Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gij niet in verzoeking komt; dan zal men begrijpende, dat jezus de leerlingen vermaant om wakker te blijven en dan te bidden, dat de verzoeking hen niet overkome, nu die vermaning met de gedane vraag be* hoorlijk weten te verbinden. Eveneens zal men op andere plaatsen, om den jnisten zin te krijgen opdat in dat moeten veranderen (1). Leest men 1 Kor. XIH: 12, 13, en treft men in beide verzen het zelfde bijwoord nu aan; dit helpt den zamenhang der rede, die reeds op zich zelve niet helder is, meer verduisteren. Maar wordt het eerste der twee Grieksche woorden (2) door nog of een dergelijk Nederduitsch overgezet, znlks leidt zeker op den weg om eenig licht te krijgen. Ook door een klein bijvoegsel veroorzaken onze Vertalers niet zelden , dat men omtrent den gang van eenig betoog of verhaal mistast. Ik zinspeel daar op het gebruik van het bepalend lidwoord, waarover ook reeds elders gehandeld is (3). Hoe vele moeijelijke vragen nopens het plaatsen en niet plaatsen van dat lidwoord er toch ter beantwoording overblijven, dit is wel buiten kijf, dat het in den Staten-Bijbel menigmaal tót niets anders dient, dan om zoo wel van eene geheele redenering, als van eene enkele uitdrukking een valsch denkbeeld te geven. Zal ik een voorbeeld aanhalen, wij lezen daar ettelijke keeren de woorden uit de werken, waarbij wij gewoon zijn te denken aan het uiterlijk volbrengen

(1) Zie Bijdragen tot bevordering van Bijbelsche uitlegkunde. I D. bl. 140 volgg.

(2) vAqti en rnW

(3) Vissering , bl. 271 volgg. Proeve van grondslagen , bl. 52 volgg. 116 volgg.

Sluiten