Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het een of ander, dat met de geloofs- en zedeleer in betrekking staat. Wil iemand echter ten slotte daarvan nog een paar sprekende proeven hebben, de ééne verkrijgen wij, wanneer wij Hom. III: 25 lezen door de vergeving der zonden (1). Dat hier eene grove fout begaan is, daar het Nederduitsche vergeving steeds door een ander Grieksch woord (2) wordt uitgedrukt, hebben velen in vroeger tijd, met coccejus aan het hoofd, reeds ingezien en erkennen heden ten dage alle bevoegde regters. Even zeker is het, dat het Grieksche voorzetsel (3) niet aan het Nederduitsche door beantwoordt. En nu wordt men zoo ligt in verzoeking gebragt, om zich te verbeelden, dat God de zonden vergeven heeft, zonder dat het geloof tot zijne genade de toevlugt nam! Doch dit zou verhoed zijn geworden, ware er, naar den eisch van het spraakgebruik, met den Heer vtnke (4) geschreven: wegens iet voorbijgaan der zonde, of met den Heer vissering (5): wegens iet voorbij laten gaan van de zonden, of misschien ook met iel daarlaten der zonden. De andere proeve ontleen ik daaraan, dat de Staten-Bijbel zich niet alleen van het woord beie.eren bedient, om het Grieksch, hetwelk daarmede overeenstemt (6), maar ook om een ander te vertalen, hetwelk zooveel zegt als den zin veranderen (7). Op de praktijk des Christendoms moet dit buiten twijfel nadeeligen

(1) Aio\ ri]v nÓQiaiv x(üv — diuaQTij(ucTcoi'.

(2) ''Acf toig. (3) Aik met den Accusativus.

(4) De Brief van den Apostel Paulus aan de Romeinen enz. t. d. p.

(5) Het Nieuwe Testament vertaald, t. d. p.

(6) ^EmOTQéqitiv. (7) Nlixuvotïv.

Sluiten