Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem niet te veel voorbijgezien, dat in boeken, waarin, wegens de menigvuldigheid van oude handschriften, overzettingen en aanhalingen, de plaatsen, wier bederf zich alleen door gissingen herstellen laat, zeer zeldzaam moeten zijn, bij lange na znlk een ruim veld voor het gissen niet openstaat, als in de nalatenschap van Grieksche dichters, wijsgeeren en geschiedschrijvers? Doch al stond in al de plaatsen, die hij bijbrengt, de waarheid aai zijne zijde, ja, al klom het getal der zoodanige, mei welke men volstrekt verlegen staat, meer dan tweemaal zoo hoog, wat zou dat, als men in vergelijking trad, nog beduiden ? Trok men ze allen bijeen, zij zouden geenszins het tiende, geenszins het twintigste deel van het Nieuwe Testament bedragen. Hierin kon dan immers geene reden liggen, om de nieuwe Nederduitsche vertaling van die boeken af te raden. Ik zeide nu nog niet, dat men zoo menige plaats zonder zwarigheid letterlijk vertalen kan, al ontbreekt het aan geschiedkundige feiten, om haar voldoende te verklaren, zoo als Jók. III: 23, waar de onzen te regt geschreven hebben: dewijl daar vele wateren waren (1). Ik zeide nog niet, dat het in andere weinig of niet aan den zin hindert, al neemt men ook aan, dat zij bedorven zijn, zoo als Mare. XI: 11 , waar het tamelijk onverschillig is, of men avond schrijft, dan wel met den Staten-Bijbel avondstond (2). Laat mij er dezulke bij-

(1) Evenwel is dit verhaal zoo ongerijmd niet, of men kan er bij gissing nog wel reden van geven. Het zou zich laten ophelderen, wanneer men b. v. schreef: en dus zijne leerlingen ook overvloedige gelegenheid lot doopen hadden j of: en er dus nog water genoeg was, als de eene of andere bron opdroogde.

(2) 'Oipiag, of oxfiiag' rijg wQtxg.

Sluiten