Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ning vruchtbaarder maken zal, zoolang zij voor de openbare godsdienstoefening nog niet gebruikelijk is 1 Laat nu ook ons vaderland andere gewesten daarmede voorgaan en er zoo al weder eene proeve van geven, hoe onverdiend de minachting zij, met welke vreemdelingen dikwijls op ons de oogen vestigen !

Gegronder bezwaar ligt in de talrijkheid van het personeel, dat zich verbonden heeft om aan de nieuwe Nederduitsche Bijbelvertaling te arbeiden (1). Niet minder dan veertien zijn er in het laatst verloopen voorjaar zaamgekomen, en dat voor het Nieuwe Testament alleen. Wat laat zich van zulk eene menigte verwachten p Kan het wel anders, of de onderscheidene deelen van dit werk zullen aan elkander veel meer ongelijk zijn, dan wij boven gezien hebben, dat de Staten-Bijbel zoo dikwijls aan zich zeiven is ? De Synode van Dordrecht had ter vertaling van het Nieuwe Testament slechts drie mannen verkoren: jacobus ko-

landus, hermanus faukei.ius en petrus cornei.ii.

Kwamen de twee laatstgenoemden te sterven, voor dat er met den arbeid een begin gemaakt werd, in hunne plaats traden antonius walabüs en ïestos hommius, die na hen de meeste stemmen op de Kerkvergadering verkregen hadden. En overleed rolandus, terwijl men nog midden in het werk was, de twee overgeblevenen volvoerden het, zonder dat iemand hem verving, met hun beiden (2). Op deze of dergelijke wijze, kan men zeggen, moest er nu ook gehandeld worden. Maar ten * gevolge van de besluiten, die er bij de zamenkomst

(1) Ten aanzien van dit bezwaar zie men van oosterzee bl. 31 volgg.

(2) Le lONd bl. 793 volgg.

Sluiten