Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in afwachting der officiële stukken, die men nog van de Synodale Commissie mag te gemoet zien, met het werk der vertaling onverwijld een aanvang kon gemaakt worden, opdat ook de zamenkomst der vier vertalers in de lente des volgenden jaars voortgang hebbe.

Wat de verscheidenheid van het personeel betreft, dat zich tot het medewerken aan eene nieuwe Nederduitsche vertaling van het Nieuwe Testament verbonden heeft, of daartoe is uitgenoodigd geworden, ook deze kan geene stof tot gegronde bezorgdheid opleveren. Ik erken het, onder die medewerkers tellen wij, als wij er de Revisores bijvoegen, meer dan éénen uit de Broederschappen der Doopsgezinden en Remonstranten. Aan zulk eene vereeniging kon op de Synode te Dordrecht bij het beramen der Bijbelvertaling te minder gedacht worden, daar niemand tot deelgenoot in dezen arbeid geduld werd, dan die met de geloofsformulieren der Hervormde Kerk onvoorwaardelijk overeenstemde (1). Ook moet heden ten dage een ieder, die gevaar in een werk ziet, waartoe buiten de Hervormden ook anderen geroepen worden, deze vereeniging wel wraken (2). Maar hoe? als men zulk eene vertaling vervaardigen zou,

(1) Dat men reeds lang vóór het houden dier Synode daarop bedacht geweest is, vinden wij vermeld bij hiklópeh bl. 61, 62.

(2) Zoo oordeelde echter de Theologische Faculteit te Utrecht niet, toen zij, hoezeer zelve nog bezwaren tegen de onderneming hebbende, de Heeren des aborie vak der hoever en visserihg tot medewerkers aanbeval, gelijk men zien kan uit de Handelingen van de Algemeene Synode t. a. p. Bijlage B. bl. 122. Ook dit is door vak oosterzee bl. 41 opgemerkt.

Sluiten