Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene nieuwe Nederduitsche vertaling van het Nieuwe Testament ettelijke plaatsen als bewijsplaatsen voor het een of ander leerstuk onbruikbaar moeten worden, laat zich door een' elk, die den hedendaagschen stand der kritiek en uitlegkunde kent, vooraf berekenen. Maar zou men nu, om zulke plaatsen ten koste van de waarheid te behouden, die waarheid in het aangezigt mogen tegenspreken ? Laat mij een voorbeeld bijbrengen, dat mij tevens eene gepaste gelegenheid tot zelfsverdediging aanbiedt: dezulken, voor wie ik een weinig te diep ga, verzoek ik dit maar over te slaan. Ik had aangemerkt (1), dat men het tweede lid van 'sHeilands antwoord aan de Joden Joh. VIII: 58 (2) vertalen moet: ben ik het. Nu maakte niet alleen de Heer hoi/weuda (3) bedenkingen tegen die vertaling, maar werd ik ook elders daarover scherpelijk aangevallen. Langen tijd had ik zelf veronachtzaamd wat ik wist, dat reeds door anderen daarvoor gezegd was geworden. Eerst vóór eenige jaren hechtte ik er gewigt aan, dat in dit zelfde hoofdstuk twee verzen (24 en 28) voorkomen, waarmede, ook blijkens het door onze overzetters geschrevene: dat ik [die] ben, het Nederduitsch ben ik het overeenstemt. Weldra ging ik dan aan het onderzoek en bleek het mij, dat er geene plaats in het Nieuwe Testament is, in welke de spreekwijze, het zij die op zich zelve staat, het zij ze met iets anders verboriïlen is, van Matth. XIV: 27 aan, eene andere vertaling duldt. Toen zeide ik bij mij zeiven: Dit is derhalve in deze boeken het spraakgebruik, en

(1) Proeve van Grondslagen bl. 143, 144.

(2) 'Eyw *i>i. (3) BI. 77, 78.

Sluiten