Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook de zamenhang dezer woorden met de voorgaande: eer abkaham waa of géborén' werd (1), afraadt, vermits men tegen een' daardoor bepaalden tijd oofr wefr een' bepaalden behoort over te stellen. Vullen wij nu dat: ben ik het, gelijk ik heb voorgeslagen, op deze wijze'aan: die ik zeg, dat ik ben; wij rigten ons naar het: Ik ben die ik ien van het Oude Testament (2)/ En verklaren wij dan weder: ben ik aanwezig als de zoon der belofte, men zie eens, hoe geheel en al zulks met het verband der rede overeeustemme. Jeztjs beantwoordde hier geenszins den dwazen uitval der Joden, waardoor zijne taal ook schandelijk verdraaid werd: Gij hebt nog geen vijftig jaar en hebt gij abraham gezien ? Neen, die uitval gaf hem alleenlijk aanleiding, om hetgeen hij gezegd had, nadrukkelijk te bevestigend Hij had, namelrjk, van abraham gezegd: hij heeft [mijnen dag~] gezien en ia verblijd geweest! (8). Daarmede had hij te kennen gegeven, dat abraham de heerlijke toekomst, die nu in de verschijning van zijn7 persoon op aarde vervuld wa», even als jesaja {Joh XII: 41), door den geest der profetie gezien , dat ie•< vooruitgezien had (4). Dit bekrachtigt nu jezus met

(1) Tlqlv 'Afiqauti •/epïsd'ai.

(2) Exod. III: 14. Deut. XXXII: 39 enz.

(3) EïSe [trjv rjutouv vljP tj*i]P] xal Ijóqv.

(4) Liet deze plaats het uitweiden toe, ik .zou die opvatting, meen ik, voldoende kunnen bewijzen. Nu verwijs ik alleen naar olshadseks Bibl. Comment. III Aufl. zu d. S. in zoo verre daar het thans in zwang gaande gevoelen, als ware hier van een zien in de onderwereld gesproken , met alle reden wederlegd wordt.

Sluiten