Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er nu niet te gelijk toe dienen, om alle vrees voor Bijbelverdraaijing geheel te verbannen ? Zou daarenboven die vrees niet verdwijnen, wanneer men bedenkt, dat, zoo al geen hooger beginsel de Vertalers leidde,; de kracht der wetenschap hen reeds beteugelen zou ? Of blijft zij nog bij dezen en genen bestaan, dan voel ik mij gedrongen, om al weder op de vastgestelde regelen te wijzen, als die wij boven gezien hebben, dat gewigtig genoeg zijn, om zulke aanslagen met kracht te helpen weren.

Ik erken het: ook de beste Vertalers zijn en blijven menschen. Niemand zal das, om weer met haeïing te spreken, durven beweren, dat hij zich zonder vooropgevatte meeningen aan den arbeid zet. Zou het dan wonder zijn, zoo men zich door ingenomenheid met het een of ander begrip wel eens verleiden liet, om tegen de vastgestelde regelen te handelen? En welken invloed zou dit hebben, zoo het de vertaling eener Bijbelplaats betrof, die tot de geloofsleer, of ook tot de zedeleer in naauwe betrekking stond ? // Zoodra," zegt de Hoogleeraar koenen (1), u de Dogmaticus tracht — niet zijne overtuiging naar de uitspraken der Scnrift te vormen, maar — zijne eigene meeningen in de woorden der Heilige Schrijvers terug te vinden, dan kan het wel niet anders, of zijne ontvouwing van hunne denkbeelden heeft plaats zonder genoegzame onpartijdigheid. Hij heeft er belang bij, dat de resultaten van zijn exegetisch onderzoek in allen deele over-

(1) Voorrede voor de Geschiedenis der Christ. Godgeleerdheid gedurende het Apostolisch tijdvak, door e. becss enz. bl. vi, vu.

5

Sluiten