Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar wegens zijne verlegenheid om aan den eisch van dat oorspronkelijke te voldoen, houdt hij zich aan de gewone overzetting, zonder dat hij echter verzuimen zal daaromtrent aan den voet der bladzijde eene aanteekening te maken. Ik heb daar slechts voorbeelden bijgebragt, die mij het eerst invielen. Hoe zeer zou ik ze kunnen vermenigvuldigen ! Doch de tweede soort van plaatsen, welke nu te vermelden zijn, is van nog uitgebreideren, ja, van den uitgebreidsten omvang. Ik spreek van plaatsen, waarin voor het Grieksch, zonder dat de zin er door lijdt, wel tweederlei of rneerderlei Nederduitsch kan gezet worden. Daar is derhalve de keuze vrijgelaten. Maar zal de vertaling naar den leiddraad der vertaling van den Staten-Bijbel geschieden, men moet dan die woorden overnemen, welke deze aanbiedt. Zoo moet men ook doen, wanneer er in overzettingen van vroegeren of lateren tijd andere te vinden zijn. Zie daar, wat de gelegde grondslag inhebbe. Naar dien grondslag schrijve men, bij voorbeeld, Matth. VI: 7 veelheid van woorden en niet veel spreken, of vele woorden; Hoofdst. XH: 43 dorre en niet waterlooze of drooge plaatsen; Hoofdst. XIII: 10 gelijkenissen en niet vergelijkingen; Luc. IV: 29 van de steilte afwerpen en niet van boven neerwerpen of van boven afstooten; Bom. XII: 8 blijmoedigheid en niet .vrolijkheid; 2 Kor. IX: 7 blijmoedigen gever en niet vrolijken gever; Kol. IH: 21 moedeloos en niet mismoedig; 1 Pet. II: 14 kwaaddoeners en niet misdadigers. Zoo volgt men, terwijl men de vertaling van tjtenhoven en meer andere ter zijde stelt, de vertaling van den Staten-Bijbel. Insgelijks volgt men deze door zich Joh. XIV: 27 aan versaagd te houden, en dit

Sluiten