Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en kunnen dus met vele andere vermeerderd worden. Als in de lente van het jaar 1855 de Vertalers bijeenkomen, zal daarover te beraadslagen zijn, opdat alles met eenparigheid geschiede. Misschien ontdekt men dan ook wel, dat menigmaal eene oudheidkundige, of geschiedkundige, of tijdrekenkundige, of aardrijkskundige aanteekening ter verhoeding van misverstand volstrekt noodig zijn zal. Misschien neigt men er dan ook wel toe, om hier en daar letterlijk over te nemen, wat in de kantteekeningen van den Staten-Bijbel voorkomt en ook geene aanteekening te verwerpen, waaromtrent Vertalers en Revisores gezamenlijk overeenstemmen. Hoe ruimer en onbekrompener men hierin te werk gaat; des te minder zal op de nieuwe Nederduitsche vertaling van het Nieuwe Testament het verwijt van schraalheid en onbeduidendheid toepasselijk wezen. Genoeg, zoo daarvoor gewaakt wordt, dat er niets in sluipe wat den partijgeest voeden, of iemand in zijne belijdenis des geloofs met reden schudden of verwarren kan. Dit is dan ook voornamelijk bedoeld geworden, toen de meerderheid van stemmen het boven vermelde voorstel met de daarin gemaakte wijzigingen aannam en later de Synode zulks met hare goedkeuring bekrachtigde. Ik voor mij heb het althans nooit zoo begrepen, dat daardoor eene aanteekening zou geweerd worden, welke tot regt verstand van den Bijbel nuttig, ja zelfs noodzakelijk is. Zoo veel te gereeder heb ik dan ook in het leggen van eenen grondslag toegestemd, welke mij daarvoor een waarborg scheen te geven, dat er in den Bijbel geene bijzondere gevoelens nopens leerbegrippen of bedenkelijke punten van hoogere kritiek zouden insluipen. Te haren tijde had de Synode van Dordrecht het noch noodig noch raadzaam

Sluiten