Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NIET TE VERGEEFS.

Sn wij, «Is medearbeidende, bidden n ook, dat gij de genade Gods niet te vergeefs moogt ontvangen hebben.

2 Cor. VI: 2.

Een zaaijer, zegt ons het Woord, ging uit om te zaaijen. Met een ruim hart en eene kwistige hand strooide hij het zaad in de voren, en alles scheen te voorspellen, dat zijn zaad vruchten voortbrengen, en in alle deelen aan de door hem gekoesterde verwachting beantwoorden zou. En hoedanig waren de uitkomsten ? Een gedeelte viel bij den weg en ging verloren; een ander gedeelte viel in de doornen en verstikte, wederom een ander viel op steenachtige plaatsen en werd verbrand door de hitte der zon, en slechts een klein deel viel in de goede aarde, wies op en bragt vruchten voort, die het hart van den zaaijer verblijdden. Doch dit is nog niet alles. Een zaaijer zaaide goed zaad in zijnen akker, en terwijl hij sliep, kwam zijn vijand en zaaide onkruid midden in de tarwe; en toen het kruid was opgeschoten, vertoonde zich ook het onkruid allerwegen. Uitwieden kon hij het niet, want het had eene ontzaggelijke overeenstemming met de tarwe, en het kon dus ligt gebeuren, dat hij met het onkruid ook het goede zaad vernietigde. En ook dit is nog niet alles. Een gastheer bereidde eenen grooten maaltijd en noodigde, uit den aard der zaak, vele gasten. Onder die gasten bevond zich een, die vermeende een regt te hebben om aan de tafel aan te zitten; doch naauwelijks was de koninklijke gastheer de zaal binnen getreden om de gasten te overzien, of zijn scherpe blik ontdekte

Sluiten