Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem in het aanzijn geroepen, hem een spoorslag»is om in het vleesch te blijven, ofschoon hij zelf er geheel van overtuigd is, dat het verreweg het beste is met Christus te zijn. Hij betuigt den Filippensen, niets anders te verlangen dan dat hij moge bijdragen tot hunne bevordering en bhjdschap in het geloof, dat hun roem overvloedig zij in Jezus Christus, en dat zij waardiglijk wandelen het Evangelie van Christus. // Wandelt waardiglijk het Evangelie van Christus j" dit woord van den Apostel rigt ik heden avond tot u M. H.! en laat ik u na als eene laatste begeerte des harten, als de laatste vermaning, die gij welligt uit mijnen mond vernemen zult.

Het eerste dat van ons in deze woorden geëischt wordt, is te wandelen. Wat wordt daarmede aangeduid? Dat, gelijk overal, ook op geestelijk gebied stilstand achteruitgang is; dat men steeds moet wassen en toenemen in de genade, en niet wanen, dat wanneer de eerste stap op den weg des levens is gedaan, het doel reeds verkregen en het einde reeds bereikt is.

De getuigenis, door den Apostel afgelegd, spreekt voorzeker niet van stilstand maar van vooruitgang. Zoo gij uwen Bijbel openslaat, vindt gij vooral drie mannen in de oude bedeeling, waarvan opgeteekend staat, dat zij met God wandelden. Enooh wandelde met God, zegt de Schrift; aan Noach, den prediker der geregtigheid, wordt het getuigenis gegeven, dat hij met God wandelde en tot den derden, Abraham, werd gesproken: Wandel voor mijn aangezigt en wees opregt. Het waren mannen, zeer verschillend in aanleg en in karakter; zij leefden in eenen gansch anderen tijd en in eene gansch andere omgeving; de omstandigheden waarin zij verkeerden waren zeer onderscheiden; de wegen die God met hen gehouden had waren zeer uiteenloopend; de roeping die hun opgelegd was en de pligten, die zij te vervullen hadden waren niet dezelfden; nogtans bestaat er tusschen hen die merkwaardige overeenkomst© zij wan-

Sluiten