Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verderf mogten ontrokken, niets dan de zielen, die op krankbedden gezegevierd en op sterfbedden overwonnen hebben, niets dan de zielen, die wij voor den Hemel hebben mogen winnen, dit en dit alleen hebben wij gewonnen, zoo gij dit gewin noemen wilt. Hem, die ons daartoe verwaardigde, onzen Koning en Heere zij alleen de eer!

Wij zijn hier in den aanvang gekomen om aan de Joden het Evangehe te verkondigen, en hen op hunnen Koning te wijzen. Maar wij hebben zeer goed begrepen, dat wij een onvolledig werk zouden verrigten, zoo wij de Hope Israëls niet aan al de volken verkondigden, en trachtten Gods oude volk aan de Kefde der Christenen aan te bevelen. Wij hebben, den weg volgende die ons aangewezen werd, in verschillende kerkgebouwen, een ieder in deze groote stad, die naar ons luisteren wilde en behoefte had aan de verkondiging van het Evangelie, gelegenheid gegeven onder het geklank des Woords te komen. Ik vraag u, is dit onbillijk, is dit onregtvaardig? Is het onbillijk dat wij eene bijzondere plaats hebben gewenscht, waar wij onze stem verheffen konden om Israëls belangen te bepleiten, en den nood van Israël allen bekend te maken en op het harte te drukken, dat wij allen, die daaraan behoefte hadden, hebben willen wijzen op Israëls Koning, die tevens is het Hoofd der Gemeente?

Gij, die hier stichting en voedsel voor uw hart gevonden hebt, gij zult u met ons verheugd hebben, dat deze schouwburg in den naam van onzen God veranderd werd in een huis des gebeds; gij zult ons dat niet euvel geduid hebben. Of is er eene ziel hier, die bever zoude gewild hebben dat deze plaats gebleven ware wat zij tot September 1856 geweest is? Is er eene ziel hier, die Liever had gezien dat deze plaats een huis aan den Satan gewijd, gebleven ware, dan een huis van God, liever eene plaats waar de Sabbath werd geschonden en de eer van Jehova gelasterd, dan een tempel aan God gewijd en eene plaats ter Zijner verheerlijking?

Sluiten