Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ziet, toen wij hier gekomen zijn om het Woord des levens aan de Israëlieten te verkondigen, hebben wij begrepen, dat wij ruim moesten zijn, dat wij handelen moesten naar het Woord van God, dat wel is waar Israël en de volken onderscheidt, maar niet van elkander scheidt. En ik dank mijnen God, voor zoover mijne zwakke pogingen er toe hebben bijgedragen, om eene vereeniging voor de Heidenen op "te rigten. Hoe zoude ook ik geen hart-hebben voor hen, die gezeten zijn in de schaduwen des doods; hoe zoude ook ik niet verlangen, dat het licht opga voor hen die in de duisternis verkeeren; hoe zoude ook ik niet wenschen, dat tot hen, die nog nimmer onder het liefelijk geklank des Evangelies gekomen zijn, het Evangelie gebragt worde, opdat ook hunne zielen toegedaan worden tot hen die zalig worden zullen? Ook ik, een zoon van Israël, die Apostelenen Profeten onder mijne vaderen tel, heb ze niet willen en niet kunnen vergeten. Hoe zoude ik niet voor hen ingewanden der barmhartigheid hebben; hoe zoude ik ze niet tot den Christus trachten te brengen; hoe zoude ik de blijdschap mijner vaderen en der profeten vergeten; hoe zou ik kunnen voorbijzien dat zij, te midden van eigen strijd en benaauwdheid en aanvechtingen van allerlei zijden, hun leed hebben vergeten , wat zeg ik, overwonnen, om zich te verheugen in het vergezigt, wanneer al de Heidenen uit alle landen zullen komen tot den Heer, en zich voor Zijn aanschijn nederbuigen en aanbidden ? Ik zoude mijne vaderen verloochenen, ik zoude toonen weinig hunne getuigenissen te kennen en te verstaan, zoo ik voor een oogenblik mijne medewerking had onthouden. De bekeering der Heidenen heeft ook hare beteekenis voor Israël, en ik wil u gaarne bekennen, dat mij dit een groote spoorslag was om voor de bekeering der Heidenen te werken. Et weet dat geheel Israël eerst zalig worden zal, nadat de volheid der Heidenen ingegaan is, en daarom werk ook ik, een zoon van Israël, voor hunne bekeering. Door voor de Heidenen te werken bereid ik het herstel van Israël voor. Yerstaat mij wel, niet dat ik

Sluiten