Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'voorafgaande tijdvak hebben gekenmerkt, uitsluitend aan het stelsel toe te schrijven, hetwelk wij constitutioneel noemen, en gij revolutionair noemt.

Gij maakt, door eeneniet minder valsche, dan liefdelooze voorstelling van personen en van zaken, de godsdienst aan die strekking dienstbaar, wanneer gij , na eerst onder de voorstanders en aanhangeren van één zelfde, door u bestreden stelsel de meest uiteenloopende karakters, de meest strijdige meeningen gelijkelijk te hebben gerangschikt, mannen wier bloote namen afgrijzen opwekken, en mannen wier bloote namen bewondering inboezemen, mannen die in de meest tegengestelde kampen hebben gestreden, tegen de leer, volgens uwe meening, door allen gelijkelijk beleden, het vonnis van godsverzaking uitspreekt.

Terwijl gij alzoo alle uwe tegenstanderen, zonder schroom en zonder omwegen, de meest gematigde liberalen, ook de mannen van het behoud zoowel als van den vooruitgang, ook de vrijzinnigen die gij welgezind noemt, niet alleen Güizot en Thiers, maar zelfs onzen den Tex en onzen de Bosch Kemper , onder de partij. welke gij de Revolutie-partij noemt, opneemt, maakt gij tot het beginsel van de leer, welke gij de Revolutie-leer noemt, de verloochening van God.

Het is gewis niet overbodig, die dubbele verkettering, als godverzakers in beginsel, en als revolutionairen in toepassing, van de voorstanders der constitutionele begrippen af te weren, waar die verkettering uitgesproken wordt door eenen Man, als Mr. G. Groen van Prinsterer , in Nederland en in het tegenwoordige tijdperk.

In Nederland — gij ontkent het niet — dagteekent hetgeen gij de zegepraal der Revolutie-leer noemt, eerst van 1848. Vóór dien tijd heeft het vertegenwoordigend

Sluiten