Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

telgken te examineren. Hij zorgt voor de inkomsten der geestelijken en in zoo verre matigt hij zich gezag aan bij de huishoudelijke inrigting van het Gereformeerd Genootschap. De Begering, die traktementen verleent, wil erkend wezen bij de benoeming van hen, die deze traktementen genieten. Dit is billijk. Met de gevoelens der geestelijken bemoeit zij zich dan alleen-, wanneer dezelve nadeelig voor den Staat worden. Niet de Koning, qua Koning, is de bevoegde regter in dit verschil tusschen Professoren en Adressanten: neen, de ledematen, waaruit bij ons, het Gereformeerd Genootschap bestaat. Het gedrag der Adressanten is dus geene majesteitschennis. Die zulks beweert, redeneert valsch, en tracht ons iets op de mouw te spelden.

Even kreupel is ook het volgend argument van dit artikel, wanneer het zegt, dat niet de Groninger Hoogleeraren , maar de Adressanten van de Hervormde Kerk zijn afgeweken. Hier schermt men met de Synode van 1816. Dit was een goed zwaard, wanneer namelijk alle Gereformeerden in Nederland de genomene besluiten en de organisatie voor wettig hadden aangenomen. Zulks is echter het geval niet. De geestelijkheid alleen, en niet de Gereformeerde ledematen in ons Vaderland , die toch eigenlijk het Gereformeerd Genootschap uitmaken, heeft deze Synode ontworpen, en de daaruit voortgevloeide bepalingen in de Gereformeerde Keek gebragt. Deze bepalingen zijn dus niet fundamenteel , ook niet verbindend. Die bij de oude regtzinnige leer blijft volharden, behoort tot de Hervormde Kerk, maar niet zij, die door nieuwigheden de zuivere leer, vervat in de Formulieren van Éénheid, gegrond op den Bij-

B

Sluiten