Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarbij de blijmoedige, vaardige en deskundige geest van Bezaleël en Aholiab niet ontbrak.

HET FEEST.

De 144" Julij brak aan. Beeds had het gure, sombere luchtgestel der vorige week voor heldere lucht en liefelijken zonneschijn plaats gemaakt. Heden inzonderheid toonde de God onzes Yerbonds, de Heer van hemel en van aarde, niet minder dan het vorige jaar, een welgevallen te hebben aan ons feest. Eene verkwikkelijke noorderkoelte temperde daarbij de anders ligt te groote warmte, ja in het midden des daags trok de gunstrijke hand des Opperheers voor de te sterk stralende zon een ligten wolkensluijer, dien Hij daarna weder wegschoof. Zoo was den geheelen dag het weder allergewenscht, terwijl in den laten avond en nacht het zachte maanlicht de huiswaarts keerenden bescheen. Vroegtijdig waren de naastbijgelegen wegen met voetgangers en rijtuigen bedekt. Ziet, daar snelden de feest treinen aan van Amsterdam, van Botterdam en Zwolle, bergende eene overgroote schare van deelnemenden. Onder weg hadden hunne feestliederen geklonken; maar volgens aanwijzing der aan de stations uitgereikte strooibilletten, bij de halten niet. Reeds waren van Arnhem en omstreken duizenden op het feestterrein. Terwijl de digte drommen zich schaarden, galmden de toonen van 80 bazuinen hun een welkom! toe. Latere treinen voerden aanhoudend nieuwe feestgangers aan. De aanzwellende stroom hield steeds aan tot op het middaguur. Het Nieuw-Testamentische Israël Gods daagde op uit alle oorden des lands, opgaande ter Godgewijde feestviering, zingende Godverheerlijkeude Liederen, of anders in blijde feestelijke stemming. Daar wandelde of stond de adelijke heer en jonkvrouw, de deftige stedeling en hoofd-ambtenaar

Sluiten