Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit apostolisch woord, M. H.! wensch ik toe te passen op ons en onze feestviering van dezen dag.

Laat mij deze drie gezigtsptinten u kortelijk ontwikkelen. 1°. De Heer wil, dat zijn volk feesthoude. 2°. De Heer wil, dat wij dit feest houden.

3°. O, dat wij het dan houden geheel overeenkomstig des Heeren wil! 1.

Laat ons feesthouden, roept de eerste en de grootste Heiden-Zendeling ons toe. Er bestaat M. H.! eene onnatuurlijke en onbijbelsche beschouwing, die geene feestviering kent of duldt. Die beschouwing noem ik onnatuurlijk. Want feestvieren op gezette dagen en stonden ligt in den aard der menschelijke natuur, d. i. in de ordonnantie Gods, des Scheppers van hemel en aarde. Ziet eens in zijne schoone schepping rond. Wat zoete afwisseling van heuvel en dal, van veld en bosch, van heide- en korenveld. En tusschen dat nuttige graan, ja zelfs op de eenzame heide en in het groene woud, ontdekt uw oog bloemen, die schooner zijn bekleed dan Salomo in al zijne heerlijkheid. Die bloemen aan uwen voet zijn de tolken van de vriendelijkheden Gods, zijn de bewijzen, dat de Schepper van hemel en aarde zijnen menschenkinderen niet alleen het nuttige, maar ook het aangename en zielverkwikkende schenken wil. Wat die bloemen zijn in de natuur; wat heuvelen en bergen zijn op de aarde, dat zijn de feesten in het alledaagsehe menschelijk leven. Dat hebben ook de menschen ten allen tijde begrepen en gevoeld; daarom is er geen volk ter wereld, dat niet zijne feesten viert. Deze plek getuigt er van. Want onze heidensche voorouders, zoo als Ds. heldbing ons ten vorigen jare herinnerde, hebben in vroegere eeuwen aan deze zelfde plaats hunne afgodsfeesten gevierd.

Voorwaar, een mensch zonder feestviering is als een land zonder bloemen, en als een landschap zonder zonneschijn. Er is geen twijfel aan, in Gods ordonnantie ligt het, dat de mensch op aarde zijne tijden hebbe van hoogere dan alledaagsehe stemming, zijne tijden, dat hij feest houde.

Maar meer klem zal mijn betoog hebben, M. H.! zoo ik u wijze op den H. Bijbel en Gods uitverkoren volk. Had niet oud-Israël zijne gezette, van God verordende feesten? Immers, behalve bij elke nieuwe maan en vele andere gelegenheden, moest Jehova's uitverkoren volk opgaan ten heiligen tempel, dien Hijzelf zich ter woon-

Sluiten