Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is en behoort te zijn; dat, waaraan onze eeuwige troost, onze vrede, onze hope hangt, wordt alomme bestreden, ondermijnd, door het slijk gesleurd. Sadduceêrs hier, die zeggen: er is geen geest, geen opstanding: laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij! Farizeërs daar, die angstvallig kleven aan letters en verouderde vormen, die den levendmakenden Geest verloren hebben of uitbannen, die onzen tijd en onze zielsbehoeften niet verstaan. Herodianen elders, die bij de telkens bovendrijvende magt in staat en staatsbestuur heul zoeken en troost en den eenigen, waarachtigen God vergeten. O wat verwarring, wat mistrouwen, wat verdeeldheid alomme, onder de geesten in ons Nederland. O wat misverstand en vooroordeel ook bij opregte, Godzoekende zielen! Geen wonder, voorwaar! dat het hart van alle opregte kinderen Gods sints lange uitgaat naar een nieuw, zuiver vereenigingspunt. En waar vinden wij dat vereenigingspunt beter dan in de H. Zending, de H. Zending naar buiten en naar tinnen. Die Zending plaatst ons op een hoogen wachttoren, van waar wij boven de wanden onzer kerkafdeelingen uit, de groote daden van den levenden God en zijne beschikkingen over de volken en de koningrijken der wereld overzien. Die Zending leert ons, terwijl alle menschelijke vastigheden wankelen en bezwijken onder onzen voet, Gods onbewegelijk koningrijk vaster in het oo" houden. Die Zending maakt de enge harten der opregten wijd en hunne bekrompen blikken ruim. Die leert ons bij de groote dingen, die gebeuren en de nog grootere, die aanstaande zijn, alle onderlinge geschilpunten van minder gewigt voorbijzien, ja soms ons daarover schamen. Die Zending dringt ons om acht te geven op de nog onvervulde, ontzaggelijke en heerlijke profetiën Gods. Laat mij er u een paar opnoemen.

„In de zevende maand, zoo lezen wij in onze heilige orakelen, geschiedde het woord des Heeren tot haggaï: „Nog een weinig tijds en Ik zal de hemelen en de aarde en de zee en het drooge doen beven," en daarbij hooren wij de Nienw-Testamentische uitlegging: „dit nog eenmaal wijst aan de verandering der bewegelijke dingen, als welke gemaakt waren, opdat blijven zouden de dingen, die niet bewegelijk zijn." (haggaï 2: 7; Hebreën 12: 26). Eene andere profetie. Hebben niet de Heer J. C. en Zijne apostelen herhaaldelijk gewezen op dagen van toekomenden grooten afval; wanneer de menschen, de naam-Christenen de gezonde leer niet zouden kunnen verdragen, maar zich zouden verheffen boven al wat God genaamd en als God vereerd wordt, ja den mensch, stof uit stof, tot God

Sluiten