Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonden maken en geen ander gezag meer zouden erkennen dan dat van hun eigen verstand? En kunnen wij er wel langer aan twijfelen, dat wij in het begin dier aangekondigde dagen zijn ingetreden, waarin het ontzettend woord van Paulus op duizenden toepasselijk wordt: „daarom, dat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben, om behouden te worden, daarom zal God, als de regtvaardige Regter, hun zenden eene kracht der dwaling, dat «ij de leugen zouden gelooven."

O, M. H.! terwijl de kinderen der wereld rondom ons twisten over het voorwaart! of rugwaarts, willen wij oogen en harten opwaarts heffen, tot onzen Heer, die staat te komen, en wonderbaar zal zijn in al zijne heiligen. Zij die Hem eeren als het voor hen geslagte Lam, zij die zijne grootheerlijke toekomst verbeiden, zij moeten in Hem worden meer en meer één. Zoo drijven de schuddingen en teekenen des tijds, Gods kinderen tot elkander. Zoo wordt door de persingen onzer dagen uit de goede melk des geloofs en der hope de room van de gemeenschap der heiligen voortgebragt. Zoo verstaan wij die stem van die tachtigjarige vrouw, die het vorige jaar uit het N. O. onzes lands was herwaarts getogen, toen zij diepbewogen uitriep: „Daar heb ik nu al meer dan 40 jaren om gebeden, dat de gemeenschap der heiligen openbaar wierd, en dat de geloovigen uit allerlei kerkgenootschap elkander de broederhand gaven. Nu aanschouw ik de verhooring van mijn gebed en roep met Simeon uit: Thans laat, o Heer! uwe dienstmaagd heenengaan in vrede naar uw woord, want mijne oogen hebben uwe zaligheid gezien!"

b. Ja de Heer wil, dat wij dit feest houden. Dat maak ik op niet alleen uit de omstandigheden onzes veel- en diepbewogen tijds; maar nog meer daaruit, dat Hij zelf het zegel zijner goddelijke goedkeuring op onze feestviering heeft gezet; d. i. vil de levende ervaring. Schonk niet de God des hemels en der aarde ten vorigen jare zacht en gewenscht weder en hield Zijne hand van deze uitverkoren plek de regenwolken niet terug, die elders rijkelijk stroomden ? Woonde Hij zelf toen met Zijnen H. Geest niet in het midden der 7000 vergaderden? Was Wolf hezen, d. i.: het verblijf der wolven, niet eene liefelijke weide geworden voor de schapen van den goeden Herder? Zoodat Jesaia's heilprofetie een iegelijk voor den geest kwam: „de wolf zal met het lam verkeeren, en men zal leed noch verderving doen op den berg mijner heiligheid, spreekt de Heer der heirscharen?" En is het ditmaal niet weder zoo? Heeft onze God onze gebeden niet verhoord? Heeft Hij niet zonneschijn

Sluiten