Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vebmeek houdt zich bezig met de opleiding van twee jonge inlanders als kolporteurs; beiden heeft hij geruimen tijd onder zijn opzigt en gaf bij herhaling zijne tevredenheid over hen te kennen. De gemeente ondervond wel in den laatsten tijd geene uitbreiding, maar allen mogten op ééne uitzondering na, op den goeden weg behouden worden.

2°. Broeder hlldring , door de Vereeniging voorloopig voor 1 jaar te Oenarang als Zendeling aangesteld, heeft aldaar onlangs eene Christelijke school voor Javaansche kinderen, met 16 leerlingen geopend; zijn vrije tijd wijdt hij aan Bijbelverspreiding en evangeliesatie, en mag steeds goeden afzet van het Woord des levens vinden.

Hildbing klaagt over het gebrek aan geschikte inlandsche arbeiders, en wenscht tot vorming derzelve, eene opleidingsschool op te rigten. Men weet niet wat daarvan zal kunnen worden, maar zulks zoude eene vermeerdering van uitgaven zijn, waartoe de hulp van belangstellende vrienden noodig is.

3°. De kweekeling sioové welke thans onder opzigt van Ds. eei/ce te Aarlanderveen zijne verdere opleiding ontvangt, geeft alle reden tot tevredenheid, en het Bestuur hoopt in de gelegenheid te zijn hem binnen kort naar Java als hulp van vebmeek te kunnen zenden.

De vereeniging breidt zich hier te lande langzaam uit, en het getal afdeelingen is met twee vermeerd.

8. Het Leidsche Hulpgenootschap ter bevordering van Gods Koningrijk op aarde. Door vergissing had dit Genootschap zich in het vorige jaar niet doen vertegenwoordigen. Thans heeft het verslag ingezonden, waaruit het volgende blijkt:

Het Leidsche Hulpgenootschap ter bevordering van Gods Koningrijk op aarde, werd in 1848 opgerigt ten gevolge eener opwekkende rede door Ds. n. beets, toen predikant te Heemstede. Het heeft tot grondslag de belijdenis der Hervormde Kerk zoo als die is uitgedrukt in de 37 Artikelen der belijdenis van de Gereformeerde Kerk in Nederland. Het stelde zich hoofdzakelijk ten doel om bestaande Genootschappen of Zendelingen te ondersteunen, door opzameling van gelden en verspreiding van Zendingberigten onder minvermogenden, voor wie het lidmaatschap van een grooter Zendelinggenootschap te bezwarend is. Het zag zich daardoor in staat gesteld om in den jare 1856 den christen werkman w. f. betz, na hem op kosten van het Hulpgenootschap aan het Schotsche Seminarium te Amsterdam te hebben doen opleiden naar Sumatra te zenden. Genoemde Zendeling is echter later tot het Rijnsche Zendelinggenootschap overgegaan en thans te Sipirok werkzaam.

3

Sluiten