Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanschouwen van dien dag en die ure, waarop het zijn zal eene groote schare uit alle geslachten, talen, volken en natiën.

Dan is het Godsrijk rein en volmaakt. — Nu echter nog vermengd en onvolmaakt in deze aardsche huishouding. Dat is hier steeds de toestand in den ontwikkelingsgang van dat zalig rijk, haastende tot de toekomst van j. c., de ziel, het doel, de kracht, de kroon van dat Feest! —

Jezus chbistus! Welk een naam! Gij erkent Hem immers, M. H.! in Zijne Majesteit? Het is noodig, het is in deze dagen volstrekt noodig dat te belijden, vóór wij Zijn woord vernemen; volstrekt noodig, zal zijn woord goddelijke waarheid voor ons zijn. —Komt, ontblooten wij onze hoofden of neigen wij ze toestemmend in deze belijdenis: Ik geloof in j. c. één met den Vader, het Woord bij Ood en zelf ook God.' Amen! —

Hooren wij nu met den diepsten eerbied, wat Zijn heilig woord van dat Godsrijk getuigt: Lucas XIV: 16—23. „Opdat mijn huis vol worde!" Heerlijk woord, waarde Hoorders! Woord dat den diepsten weerklank vindt in elk christelijk gezind gemoed! — Dierbare belofte onzes Gods, die alzoo Zijn heilig voornemen openbaart, om te zoeken en zalig te maken, wat verloren was, om vele deelgenooten te zien van den heerlijken maaltijd des N. Verbonds! Het is dan een waarborg van die heerlijke toekomst, tot welker voorbereiding deze dag ons te zamen brengt; een waarborg van de luisterrijke voleindiging des Godsrijks, van dien dag en die ure, waarin de kennisse Gods zal uitgebreid zijn over de aarde, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken: waarin het wezen zal, ééne kudde onder éénen Herder en niemand leed of verderving doen op den berg van Gods heiligheid! — O, M. H.! hoe hebben wij dien Goddelijken waarborg noodig bij zooveel als steeds ontmoedigen kan, waar wij zien op den tegenstand en de onverschilligneid aangaande dat Godsrijk. — Koerend is de beschrijving daarvan door den Heer in de gelijkenis gegeven en die eveneens ten allen tijde hare droeve vervulling vindt. — Ja, heerlijk is de maaltijd aangerigt door Gods onfermende liefde. Een heilsorde heeft Hij daargesteld, vol van de zaligste genietingen; het heerlijk Christusrijk, overvloeijende van geestelijke spijzen, tot vertroosting, zaliging, versterking, verzadiging ten eeuwigen leven. Voor de grondlegging der wereld ontworpen, bij toeneming geopenbaard, in de volheid der tijden bereid door de zending en overgave van Zijn Eengeboren Zoon. Groot is de maaltijd reeds daardoor, maar niet minder door zijne strekking

Sluiten