Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeker opzigt onze vertegenwoordigers, onze plaatsvervangers. Of liever, aan een iegelijk is zijn eigene plaats aangewezen. De geheele Christelijke gemeente is één ligchaam, waarvan ieder deel, ieder lid zijne eigene roeping heeft te vervullen. Maar allen te zamen zijn wij gezonden tot hen, die jezus nog niet kennen, tot die wereld waartoe ook wij behoorden, waaruit ook wij geroepen zijn, en die steeds meer moet worden bekend gemaakt met de liefde Gods waarvan zij het voorwerp is, met den naam van Hem die de verzoening harer zonden is. En allen te zamen zijn wij elkanders leden; allen hebben wij denzelfden arbeid, een iegelijk op zijne wijze; maar allen moeten wij in elkanders arbeid deelen, elkanders arbeid bevorderen en schragen. Daar moet gezamenlijk gearbeid, gestreden, geleden en gebeden worden. De broeder die daar verre weg gaat, en de broeder die tehuis blijft zij zijn één. Maar naarmate de een of de ander zwaarder arbeid te verrigten heeft, naarmate de een of de ander meer de hitte des daags te verduren heeft, meer aan het heetst van den strijd is blootgesteld, zoomoet ook het hart van den ander meer over hem bewogen zijn. Geliefden hoe moet ons hart nu niet bewogen zijn, van ons die hier Zendingfeest vieren, over hen die zendingsarbeid verrigten! Hebben wij ieder onzen arbeid reeds gevonden in den wijngaard des Heeren P Verrigten wij dien allen getrouw? Zijn daar ook nog onder ons die ledig staan op de markt? Zijn daar ook nog ongebruikte gaven, ongebruikte krachten, ongebruikte middelen onder ons ? Is het alles reeds dienstbaar gemaakt aan de heilige Christelijke Zending?

„Gelijkerwijs de Vader Mij gezonden heeft, zende ik ook ulieden. ontvangt den Heiligen Geest." Ja, dat is onze moed, en onze kracht: het is de H. G. zelf die de gemeente draagt en tot alles bekwaam maakt, en wiens werk ook de zending is. O, het zou zulk een hopeloos ondernemen zijn, indien de vrucht van den arbeid alleen van eigen overleg, van eigen berekening en krachtsinspanning afhing. Hoe weinig kunnen wij voorzien! hoe weinig kunnen wij ten uitvoer brengen! Maar dat is de hoofdzaak niet. Daarop alleen komt het aan, dat wij getrouw zijn; dat wij levende door den Geest, ook wandelen naar den Geest, dat wij innig met jezus vereenigd, in die eenheid met Hem ook leven en voelen en denken en werken zooals Hij; dat wij ons zeiven vergeten, in heilige liefde ontgloeid, slechts alles doen wat wij kunnen met allen ijver, met aanwending van alles wat ons ten dienste staat. Maar dan kunnen wij 't ook overgeven; dan weten wij dat tijden en gelegen-

Sluiten