Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hier verschijnen mogten als beweldarligden en begenadigden in den Zoon zijner liefde, als vernieuwden van gemoed, die weten wien zij gelooven en onder vreugd en smart, in rust en strijd, bij eer en smaad hunnen weg reizen met blijdschap, met wél gegronde overtuiging juicheude: „uit genade ben ik zalig geworden door het geloof en dat niet uit mij: 't is Gods gave, niet uit de werken, opdat niemand roeme."

Ja, mijne broeders! er zijn hier dezulken, die in chbistus hun vrede vonden en het leven hunner ziele en was het allen vergund hier op treden — wie weet, hoevelen welligt op dit tweede zendingsfeest u zouden toeroepen met Paulus woorden: „God is mijn getuige, welken ik diene in mijnen geest, in het Evangelie zijns Zoons, hoe ik zonder nalaten ulieden gedenke; want ik verlangde u te zien, opdat ik u eenige geestelijke gave mogt mededeelen, ten einde gij ^Versterkt zoudt worden: dat is, om mede vertroost te worden onder u door het onderling geloof, zoo het uwe als het mijne." O, mijne vrienden! dat woord zij u heden als uit het hart gegrepen! Versterkt en vertroost te worden, te versterken, te vertroosten — dat, dat zij vóóral het doel, waartoe wij, bekenden en onbekenden, op' deze plaatse ons door den Bestuurder onzer schreden zaamgebragt moeten'achten. O! ons geloof in den chbistus en in het Evangelie als eene kracht Gods tot zaligheid voor een iegelijk, die gelooft, beiden Grieken en Barbaren, beiden wijzen en onwijzen, dat geloof heeft steeds versterking noodig; maar ook moet 't altijd krachtig genoeg zijn, om anderen te vertroosten. En kan, moet 't dat niet vóóral hier, waar we zóóvele getuigenissen van chbistus almagt, genade en trouw vernamen, — zóóvele werkingen zijns Geestes aanschouwen, zóóvele teekenen zijner nimmer wijkende tegenwoordigheid als met de handen tasten — waar zóó zigtbaar .lijne vleugelen zijn uitgebreid, — waar met regt 't vette van zijn huis wordt gesmaakt? O vrienden des Heeren! hier leeren we't eenigzins verstaan, wat 't .zegt: Zendeling te zijn, tot het werk van Zendeling geroepen te worden, niet door vleesch en bloed, maar door den Vader van onzen Heer jezus chbistus... Ja! tot het werk van Zendeling, want, o! die waarlijk chbistus door een waarachtig geloof is ingeplant — deze kan niet anders dan anderen verblijden en door hunne blijdschap des geloofs moet bij bezield worden, — hij kan niet anders dan anderen versterken en vertroosten en zelf door hun geloof versterkt en vertroost te worden, — hij kan niet anders dan den geheelen chbistus prediken en spreken over de groote

4

Sluiten