Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot de eenvoudigheid van Gods woord; zonder dat, is geen ijver geen blijvende ijver voor de Zending mogelijk. De Zendings-' arbeid bindt ons met nadruk het belang van onsterfelijke zielen op het hart, - stelt ons den rijkdom der genade in chbistus telkens voor oogen, - brengt ons steeds met den Heer «zus zeiven in onmiddelijke aanraking, want zonder volhardend gebed tot den Heer der kerk, wordt het rijk der duisternis-niet overwonnen. De Zendingsarbeid herinnert ons telkens de zegeningen, waarin wn deelen met onze kinderen. En niet waar? hoe meer wij bezig zijn in de dingen van Gods koningrijk, hoe meer wij zijne zalige vrachten aan onze eigene harten zullen ervaren. Lang genoeg, te lang zijn wij traag en flaauw geweest in het werk der Zending. Misschien is dit mede een wolk, die onzen kerkhemel donker maakt, naar Gods regtvaardig oordeel. De strengste regtzinnigheid zonder leven is onvruchtbaar en kan de kerk niet redden. Ontwaakt de Zendingsijver, dan mogen wij heil verwachten. Zoo wij aan de Heidenen denken, kunnen wij den naaste in onze omgeving niet vergeten. En wederom, waar wij arbeiden aan het heil van anderen, daar brengen wij genezing aan onszelven. Het Heidendom is eene magt tegenover God, in China, in Japan, in Azië, in Amerika, in — ook in Europa, ook in Nederland, ook in onze eigene harten. Alleen'het geloof kan het overwinnen, omdat het strijdt in de mogendheid des Heeren, met wapenen waartegen niets bestand is, met volharding tot de overwinning des Heeren zij. Welaan dan Geliefden! de krijgsdienst onder koning jezus is eene schoone en zalige dienst, neemt allen dienst, heden, nu, zoo gij Hem tot hiertoe niet diendet; en vereenigt u met ons, die Hem dienen sedert jaar en dag. Gorden wij de wapenen aan ter overwinning der wereld, de overwinning kan niet uitblijven, de strijd is des Heeren!

Bijlage K. Van Ds. g. a. hoog, te Haarlem.

Waartoe, zoo vragen sommigen nog, waartoe zooveel moeite en beweging voor die Zendingzaak? Waarom brengt gij ook bier nu zooveel duizenden zamen? Wij antwoorden: verwondert u dat? t Is immers de zaak van onzen Koning?

Toen jezus zijne discipelen tot apostelen d. i. tot Zendelingen vormde en bij zijn verlaten van de aarde hun dat bevel achterliet: „predikt het Evangelie aan alle creaturen!" toen heeft Hij zelf de Zending tot. zijne zaak gemaakt.

Sluiten