Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarom achten wij 't onzen heiligen pligt daaraan mede te werken. Wie «zus zijn Koning noemt, mag zich niet onttrekken aan dit werk. Kunt gij u met het ééne genootschap niet vereenigen, voeg u dan bij het andere. Gij moogt aan deze zaak uwe hulp niet onthouden.

Maar dat zoudt gij ook niet willen als Hij waarlijk uw Koning geworden is. Hoe werd Hij datP Door zijn kruis. Hebt gij eenmaal bij dat kruis zijne onuitsprekelijke liefde gevoeld, en zijn Koninklijk regt op uw hart erkend, dan wordt het u een zalig voorregt, dat gij door ijver voor zijne zaak Hem eenigzins kunt vergelden wat Hij voor uwe ziel gedaan heeft.

't Is de zaai; van onzen Koning! Dat geeft ons vrijmoedigheid om er veel voor te vragen, wij bedelen niet voor ons zeiven. Wij vragen voor Hem wien alles toekomt.

O! dat wij 't nooit vergeten: 't is niet onze zaak maar de zijne waarvoor wij strijden! Dat zal onzen ijver heiligen. Dan ijveren wij niet voor dit of dat Genootschap, alsof dat de zaak ware. De Zendelinggenootschappen zijn slechts gebrekkige middelen tot het groote doel. Wij staan daar niet tegenover, maar naast elkander, ééne zaak dienende.

Verwachten wij echter daarbij niet, dat dit werk zonder teleurstelling en strijd zal zijn! 't Is de zaak van onzen Koning. Zij moet zijn weg gaan. En zijn weg was een weg van zelfverloochening en vernedering, van strijd en lijden. Zoo ging Hij in'tot zijne heerlijkheid. Ook' in de Zending gaat het door de diepte naar de hoogte.

De zegepraal der Zending is zeker. Maar daarom nog niet aanstaande. Bedenken wij: 't is de zaak onzes Konings. En Hij is Koning van alle volgende eeuwen zoowel^ als van deze negentiende. Hij is niet gehouden dit werk juist in onzen leeftijd te voltooijen. Misschien zal Hij er nog aan arbeiden met geslachten, die onze namen zelfs niet meer zullen kennen. Het zij maar onze vreugde gedurende de weinige jaren van ons leven op aarde aan dat groote werk der eeuwen mede te arbeiden, vertrouwende dat op zijnen tijd de Koning zelf zal komen om er de kroon op te zetten. Zij die gelooven haasten niet. Het héérlijk einde van dit werk is verzekerd. De Koning zelf heeft overwonnen; ook zijne zaak zal triomferen. In dat geloof gaan wij moedig voort. Zalig is 't mede te arbeiden aan een werk waarvan de uitslag zoo zeker is. De Zending is de zaak onzes Konings; dat blijve onze leus!. Hij overwint de wereld, omdat de wereld zijn eigendom is:

Sluiten