Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er bestaat tussehen ons dan ook eene éénheid ë hope/ eene hope, di. met beschaamt. Wij bouwen in den geloove onze verwachmg op het Woord van onzen Heer: „Het zal zijn: ééne kudde

l d , "TTer ™ «ie hope, moge er dan

«nt. den zondeval, een eeuwenoude strijd worden gestreden, de Heer zal komen en Zijne beloften vervullen, en alle worstelingen der menschheid bereiden de wording van het volmaakte Godsrijk voor. - Wat johannes eenmaal vermm op Patm0S) zal de vanng des geloofs worden: „de Koningrijken zijn geworden Göde en Zynen chbistus;» en wij, waar wij op dit feest ons verblijden, hoewel dien tijd met ziende maar gcloovende, bidden wij niet met heiligen ernst, vol des kinderlijken geloofs, dat niet beschaamd wordt„Amen, kom Heer jezus, kome zoo uw Rijk?"

Bijlage M. Toespraak van Ds. c. j. adama van schei,tema, te Amsterdam.

Het Zendingswerk is een werk van zelfverloochening en van zelfopoffering. Dit met algemeene bewijzen te staven zou méér zijn dan de tijd mij toeliet. 'Slechts op één enkel punt wil ik uwe aandacht vestigen, zooals onder Gods bestuur daar de mijne bij is bepaald geworden. Toen ik ten vorigen jare in Schotland de Synodale vergaderingen van eene der Hervormde kerkgenootschappen bijwoonde was eene daarvan ook aan het werk der Zending gewijd. Drie Zendelingen waren bij die gelegenheid tegenwoordig: één uit China één éen uit Afrika's binnenlanden en één uit het hooge Noorden van Amerika, Welk een niet alleen verre uiteenliggend, maar ook verre uiteenloopend gebied van werkzaamheid! Zeer onderscheiden waren dien ten gevolge in menig opzigt hunne mededeelingen, maar op één punt waren zij allen op de merkwaardigste wijze eenstemmig en wel in het uitspreken der overtuiging, dat zij de onthouding van alle bedwelmende dranken door den zendeling als eene levensvraag voor het zendingswerk beschouwden. De broeder uit China getuigde, dat in het opium verslindend China alle geleerdheid en welsprekendheid vruchteloos waren, zoo lang de vroomheid des zendelings werd verdacht gemaakt door gelijkvormigheid aan de drinkgewoonten zijner zedelooze blanke natuurgenooten. Uit dit besef, verklaarde hij, hadden dan ook alle broeders, die in zijne omgeving arbeidden, eenparig zelfs zulk een gebruik van bedwelmend vocht opgegeven, als zij voor zich zeiven onschuldig achtten. Alleen op ééne vraag hadden zij gelet-

Sluiten