Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het bevel: „Predikt het Evangelie aan alle kreaturen," maar ook op dat ander woord des Heeren: „Dit Evangelie des Koningrijks zal in de geheele wereld gepredikt worden tot eene getuigenis allen volken, en dan zal het einde komen."

Alle Zendingsvragen zijn in dit ééne woord te zamen gevat en worden er tevens in opgelost.

Letten wij bij voorbeeld op den tijd, in welken de Heer de volvoering van deze taak gesteld heeft. Zefer duidelijk spreekt Hij hier uit, dat de Zendingsarbeid onder de Heidenvolken een van de allerlaatste bezigheden is door Hem aan Zijne gemeente opgedragen voor zijne toekomst. Wanneer het Evangelie tot eene getuigenis allen volken in de geheele wereld zal gepredikt zijn, dan zal het einde komen, dan komt de Heer. Welk eene beteekenis verkrijgt niet uit dit gezigtspunt de dikwijls nog zoo weinig geachte, ja, verachte Zending onder de Heidenen! De Heer zelf heeft haar gesteld tot een voorteeken voor Zijne toekomst. Is het niet opmerkelijk, dat zij in een tijd des afvals, als wij'beleven, juist nu hare uitbreiding ontvangt? Terwijl de Christenheid langs zoo meer heidensch wordt, behaalt het Evangelie in de Heidenwereld meer en meer de overwinning. Wanneer deze twee voorteekenen zich nog duidelijker zullen openbaren , dan komt het einde.

De genoemde uitspraak des Heeren geldt alzoo in bijzondere mate de tegenwoordige Zending onder de Heidenen.

Dit wordt nog duidelijker, als wij niet alleen bedenken, wanneer de Zendingsarbeid zal plaats hebben, maar ook, hoe die geschieden zal als een voorteeken van de toekomst des Heeren.

Dit Evangelie des Koningsrijks zal in de geheele wereld gepredikt worden tot eene getuigenis allen volken.

Bijna algemeen neemt men aan, dat de taak der Zending is, de bekeering der Heiden»o&az. Daarvan wordt echter in het geheele Nieuwe Testament niets gevonden. Men beroept zich op Jesaia XXXV en LX en talrijke andere plaatsen in het Oude Testament, in welke de geest der profetie van eenen zaligen vredestijd gewaagt, die zich ook over alle Heidenvolken uitstrekt. Zeker wordt onze geest van heilige vèrrukking vervuld, wanneer wij deze heerlijke voorzeggingen van een aanstaand vredesrijk lezen, een vredesrijk waarnaar de wereld haakt, en dat zij, de verborgene dingen des Koningrijks niet verstaande, door ongoddelijke middelen tracht te bereiken.

Doch op wie zien alle die beloften der Profeten? Immers vooral

Sluiten