Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te onttrekken. Een ieder wordt dringender dan ooit tot eene keuze opgeroepen met de vraag, die van alle zijden- tot ons komt: onder welke banier, onder welk legerhoofd, voor welk beginsel strijdt gij f Zijt gij van ons of van onze vijanden?

Voorwaar onze tijd is een hoog-bedenkelijke tijd. Vele van jezus vroegere discipelen gaan van achter Hem weg en wandelen niet meer met Hem. Tot allen komt de vraag: Wilt gij ook niet teeg gaan? De gemeente des Heeren doorleeft eene hoogst ernstige schudding en zifting. Het is voor haar een tijd, waarin het ongeloof als een Pinksterstonn over haar heenwoedt, alles dreigende omver te werpen en te ontwortelen — Zij het om een Pinksterregen en zegen des H. Geestes aan te kondigen en voor te bereiden!

Maar hoe treurig het er in vele opzigten in onze dagen ook uitziet, het is niet te min een goede en gezegende tijd. Dat akelige en benaauwende tijdperk van stilte en kalmte en onheilspellende onverschilligheid, dat den storm dezer dagen vooraf ging, heeft zich gelukkiglijk gesloten. De laauwen van vroeger kiezen en worden koud of heet. Meer dan ooit weet men, wien men voor zich heeft, een vriend met wien men kan strijden, of een vijand tegen wien men de wapenen heeft te keeren.

Doch waarom op dit heerlijk feest, op dezen dag van rust, gesproken van strijd en een wapenkreet aangeheven, waar wij nog maar even de wapens hebben opgestoken. Waarom het genot van dit Thabor, waarop het ons zoo goed is, vergald door een blik naar beneden, naar den strijd, die daar wordt gevoerd en waarin wij zoo straks weder gemengd zullen worden?—Omdat wij meenen dat wij ons hier in een legerkamp der geloovigen bevinden, waarin wij niet slechts rusten van den strijd, maar ook ons voorbereiden tot een vernieuwden aanval. Omdat wij hier niet alleen voor ons eigen hart verkwikking wenschen te vinden, maar ook tot anderen een woord van bemoediging hopen te spreken, opdat zij, van hier gegaan zijnde, te vaster en te blijmoediger de hand aan de heupe mogen slaan, om met het zwaard des Geestes de wereld te veroveren voor het Koninkrijk der hemelen.

De wereld veroverd voor het Godsrijk! Ziet dat zal het groote einde zijn van den strijd, dien wij voeren. Heerlijke en dierbare beloften verzekeren ons dit — beloften, die niet zijn ja en neen, maar ja en amen in chbistus. Gelijk eens de muren van het oude Jericho gevallen zijn op ' het geloof en bazuingeschal van Israëls belden en priesters — al was dat eerst op den zevenden dag en

Sluiten