Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over bnaks-kinderen geplaatst, die achter allerlei verschansingen-Sicb. voor u in veiligheid -vreten te stellen. Alle muren zullen vallen, alle vijanden eens hunne wapenen moeten breken en neervallen aan de voeten uws Konings. Dat bevestigen ons de stellige beloften Gods. Daarom mogen wij reeds onder den strijd liederen der overwinning, aanheffen: want het woord tot jozua gesproken is ook eene heerlijke belofte aan ons: Ziet Ik heb dat Jericho met haren Koning en strijdbare helden in uwe hand gegeven.

Maar wij hebben ook een zelfden Aanvoerder te volgen als Israël. Toen jozua en het volk stond tegenover het geslotene en goed verdedigde Jericho, welligt met een bevend en wankelend hart en met menige moedelooze vraag op de lippen, verschijnt hem de Heer. En toen jozua niet wist of hij vriend of vijand tegenover zich ziet, openbaart zich de Heer aan hem als de Forst van het heir des Hemels, die gekomen was... Ja, waartoe anders, dan om zich aan de spitse van Israëls legerbende te stellen, om het aan te voeren in den strijd en het de overwinning te verzekeren; onder en door Hem zou Jericho en Kanaan worden ingenomen.

Ziedaar ook onzen bevelhebber en aanvoerder, op wien wij de oogen hebben te vestigen! Dat alleen geeft moed en krachten, waar elke blik op ons zeiven of op onze vijanden niet anders kan dan ons ontmoedigen. Wij strijden in zijne dienst, wij staan voor zijne rekening. Hij gaat ons voor in den strijd — maar met de zekere belofte van eene eindelijke overwinning. Waarheen wij nu ook door Hem worden uitgezonden, om veroveringen te maken voor zijn Koniukrijk, het is niet dan na de plegtige verzekering: Mij is alle magt gegeven in hemel en op aarde en met de troostvolle belofte: Zie Ik ben met u alle de dagen tot aan de voleinding dvr. wereld. Dat Koninklijke magt- en troostwoord is de eenige, maar ook algenoegzame bekrachtiging van zijn strijdend leger, dat eens de overwinning hoopt te vieren.

Niet minder als Israël hebben ook wij eene zelfde strijdvoering te volgen. Het bevel van jehovah aan Israël klonk wonderlijk en vreemd. De Heer gebood dat alle strijdbare mannen onder hen, in volle wapenrusting, met de arke des verbonds aan het hoofd, zes dagen lang, eiken dag ééns rondom Jericho zouden trekken. Op den zevenden dag zouden zij dat zeven malen moeten herhalen. Onder die gedurige omgangen nu had het volk niets anders te doen dan zwijgend de priesters te volgen, die op de ramshoornen bliezen. Dat hadden zij in den geloove te doen, wachtende op 's Heeren

6

Sluiten