Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Novemberdagen gevierd heeft, dat het zijn christelijk feest niet aan hooger wijding zou laten ontbreken, maar wij danken ook dat onzen God, van Wien wij heden, bij vernieuwing, zoo veel goeds hebben genoten, en onze dank smelt zamen met de bede, dat dit tweede algemeen Zendingsfeest niet het laatste zal zijn!

Ons tweede algemeen Zendingsfeest! — Ook daarom was het ons hier goed. Wij kenden reeds Zendingsfeesten, ook in ons vaderland, wanneer dit of dat genootschap den zegen Gods op zijn arbeid herdacht, en wij konden ons dan mede verblijden in de geestelijke blijdschap van broeders in den Heer. Maar hier, maar nu was 't niet een enkele afdeeling der vaderlandsche kerk, niet eenige, op zich zelve staande vereeniging, 't was een broederbond die alle Zending- en Kerkgenootschappen in 't vaderland omsloot en zamenhechtte, met een ruimen maar daarom niet lossen band, een broederbond, waartoe vele en velerlei leden van het groote ligchaam des Heeren waren zamengekomen, één van hart en geloof, om elkanders handen en harten Xe sterken. O, die aansluiting doet goed in dagen van loslating en ontbinding, van tweedragt en verwarring, van wantrouwen en verwijdering in de gemeente van den Heer. Hier was de gemeenschap der heiligen geen geloofsartikel meer, wij hebben haar gevoeld en gezien. Vreemdelingen hebben tot ons gesproken, geen vreemden meer voor ons, waar zij spraken van dat Evangelie des kruises, hun dierbaar als ons. Hier waren 't geen Engelschen, en Schotten, en Duitschers; maar «zus-belijders, en ook de zoon van Spanje, niet waar? hij was u geen vreemde, omdat hij geleden had voor datzelfde Evangelie, waarvoor zijn vaderen eens de uwen hadden vervolgd. Hier was geen sprake van verschil, maar van éénheid, niet van uitéén loopende rigtingen, maar van zamensluiting om het kruis van den Heer. Eeestgenooten van Wolf hezen, hebben wij ons broeders en zusters gevoeld. En juist dat frissche, onbekrompene, milde, dat bewustzijn van innerlijke, levende éénheid, dat algemeene met ware gemeenschap vereenigd, dat gaf aan ons feest van heden een hooger wijding en een reiner genot. Het gold hier geen vraag naar stelsels en begrippen maar of wij den Heer en de Zendingszaak lief hadden. De kruisbanier van den gestorven, maar ook opgewekten en levenden Heiland, den Verlosser van zondaars, den Zaligmaker der wereld, stond opgerigt in ons midden, en daarom is de Heer zelf in ons midden geweest!

Ja, dat kruis des Verlossers en het Evangelie des kruises is heden ons midden- en vereenigingspunt geweest op ons Algemeen Evange-

Sluiten