Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GIJ Z1JT DE CHRISTUS, DE ZOON DES LEVENDEN GODS.

LEERREDE

OVEK

JOHANNES VI: 67—69.

Jezus dan zeide tot de twaalven: »Wilt gijlieden ook niet weggaan?" Simoh petrus dan antwoordde Hem: » Heere! tot wien zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens, en wjj hebben geloofd en bekend, dat Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods."

«Wie zeggen de menschen, dat de Zoon des menschen is?" vroeg eenmaal de chbistds aan Zijne discipelen, opdat zij zich evenzeer mogten bewust worden van de meeningen dergenen, die Hem niet toebehoorden, als zich zeiven rekenschap geven van de hope hunner eigene zaligheid. De woorden des Heeren bewezen, dat Hij leerde als magthebbende, zoodat de schare over Zijne leer zich ontzettede. Onbegrijpelijk warea de werken door Hem gedaan, zoodat velen vol bewondering uitriepen: Hoedanig een is deze, dat wind en zee Hem gehoorzamen ! Velen spraken tegen Hem, sommigen prezen Hem. Er ontstond eene beweging der gemoederen, wanneer en waar Hij verscheen. Redenen genoeg, om Hem gade te slaan, zoo niet uit persoonlijke zielsbehoefte, dan toch om, wanneer in gewone maatschappelijke kringen over Hem gesproken werd, niet ten eenemale onbekend te zijn met iemand, over Wien iedereen sprak en zijne meening had gevormd.

Sluiten