Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

De Heere wil evenwel niet slechts weten, wat anderen over Hem denken; Hij wil ook van Zijne discipelen hooren, wat Hij voor hen geworden is. Wat zegt gij van Mij? zoo vraagt Hij, en deze vraag zelve veronderstelt, dat een antwoord, een duidelijk antwoord mogelijk — onmisbaar is. Zij zullen tot hunne zaligheid Hem belijden, want met het hart gelooft men ter regtvaardigheid en met den mond belijdt men tot zaligheid (Rom. X: 10). Zij zullen Hem belijden tot de blijdschap Zijns harten en tot een getuigenis voor de gansche wereld. Zij hebben Hem beleden en hunne bekentenis is gezegend geworden aan de harten van velen, en tot op dezen dag rust het geloof van al degenen, die zalig worden, op de woorden des levens, die van jezus getuigend, door de Apostelen gepredikt en geschreven, en tot op den huidigen dag door den Heggen Geest bewaard, uitgelegd en verzegeld zijn geworden. Hetgeen de wijzen enöregtvaardigen niet hebben verstaan, is door zondaren geloofd en door tollenaren gepredikt, eene dwaasheid vüor degenen, die verloren gaan, eene kracht Gods voor degenen, die in het geloof het «eigendom van cBaisrcs worden.

Gelijk zoo dikwerf in de geschiedenis van christds, spreekt ook in onzen tekst, petrus als de mond zijner mede-Apostelen. Onze tekst bevat alzoo eene gewigtige vraag en een niet minder belangrijk antwoord.

Te Kapernaünr, die stad, waarvan de Heer verklaarde, dat zij, die tot den hemel toe verhoogd geweest was, tot de hel toe zoude nedergestort worden (Matth. XI: 23), had cnntsros in de Sijnagoge, van het eten van Zijn vleesch en het drinken van Zijn bloed geleerd, zich zei ven en de spijze door Hem «angeboden, vergeldend bij het Manna, aan Israël door noats ia de woestijn gegeven. Zijne toehoordets waren Israèliteni ën daarom niet vreemd aan de wonderbare openbaringen Gods; zij.wis-

Sluiten