Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonde onze overtuiging niet op de getuigenis des Geestes, maar op menschelijke benijzen en wijsheid ratten. Ten allen tijde heeft God zich tegelijk verborgen en geopenbaard. Er is in het Woord licht en dnisternis; licht voor degenen, die komen; duisternis voor degenen, die zich ergeren willen ; daarom ook zijn beide verklaringen Gods waar: «Gij wilt niet tot Mij komen, opdat gij het eeuwige leven moogt hebben," en «niemand komt tot Mij, tenzij het hem gegeven is door Mijnen Vader."

Vergunt mij,, eer ik in verdere bijzonderheden treedt, nog een of twee opmerkingen vooraf te doen gaan. Het Nieuwe Testament is in alle zijne deelen door Israëliten geschreven; het Evangelie van christus is het eerst door ïsraHiten geloofd en verkondigd geworden. In alle geschriften des Ouden Testaments wordt het groote onderscheid tusschen God en elke creatuur op het duidelijkst en nadrukkelijksle betuigd ; en zelfs in den tijd, waar Israël zich dikwerf met het dienen der afgoden bezondigde, beeft het volk wel Jehova verlaten, maar nooit eenen anderen God naast Hem geplaatst, en sedert zijnen terugkeer uit Babel, is Israël zich levendig bewust geworden en gebleven, dat een schepsel, hoedanig dan ook, Gode gelijk te maken, afgodendienst is. Zoo de schrijvers van het Nieuwe Testament Heidenen waren geweest, in wier harten het onderscheid tusschen den Schepper aller dingen en Zijn schepsel nooit die rijpheid en die volle bewustheid heeft verkregen^ die aan de harten der Joden eigen zijn, dan zou men kunnen wanen dat zij, gelijk men thans zegt, naast den God een God hadden geplaatst (*). Israëli ten daarentegen, en bovenal godsdienstige Israëliten, hebben dit nooit gedaan, konden

(*) «Jezus Christus, dien wij tc rêgt eenen God noemen." .Hoofdzaken der Christelijke waarheid enz.' door l. s p. meyboom, Pred. te Groningen, bladz. 45.

Sluiten