Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en onder alle volken, tot de zaligheid toebereiden. Vandaar de algemeene genade, die de aarde draagt en de menschheid spaart. Het steunpunt der menschheid voor haar bestaan is dat wat God in den mensch in het algemeen heeft gelegd, en trots den zonden val bleef, als daar is: het ken nehjke Gods, het geweten, een gevoel van recht en onrecht, enz. Dit bewaart den mensch voor ondergang, en is grondslag voor het maatschappelijke samenleven.

Daar sluit zich het ambt der Overheid a*an; het is uitgangsen steunpunt voor dat ambt; elke Overheid is daaraan gebonden, en moet in haar ambt dat eeren, opwekken en bevorderen.

Wordt de Overheid bestraald met het licht der bovennatuurlijke openbaring, dan wordt daardoor voor haar bewustzijn het ingeschapene in alle menschen verhelderd; want daaruit weet zij, wie God is en wat Hem behagehjk is; wat zij zonder die openbaring niet kan weten. Maar ook daardoor wordt hare verantwoordelijkheid grooter, als zijnde dan geroepen ter handhaving van de eer van den waren God, Die Zich in Zijn Woord heeft geopenbaard, en van de ware christehjke deugden, in de Wet des Heeren voorgesteld. Op haren weg ligt het dan, om te weren alles, en tegen te staan allen, die zich metterdaad tegen den waren God stellen, en beletten dien God te dienen overeenkomstig Zijn Woord, of „om een gerust en godzalig leven te leiden." Zy doet dit, krachtens den aard van hare macht, des noods met het zwaard; want „zij is Gods dienares, u ten goede," — „een wreekster tot straf dengenen die kwaad doen," en '„zij draagt het zwaard niet te vergeefs."

Wij denken hier bijv. aan hen die — den waren God ten hoon — openbaar den heidenschen godsdienst, met de gruwelen daaraan verbonden, zouden willen invoeren; aan allerlei sekten, die de eerbaarheid publiek schenden: Naaktloopers,

Sluiten