Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoererijen aan den publieken weg, afschaffing van het huwelijk enz., alsook aan hen die ergens plaatselijk zouden willen beletten, om den waren God te dienen naar Zijn Woord.

De Overheid moet dit in haar ambt tegengaan, omdat al de menschen en heel de maatschappij belang heeft bü den waren godsdienst, die krachtens zijn beginsel de Overheid steunt in haar gezag, en bevorderlijk is aan den welstand van de menschen in 't algemeen, en aan de welvaart der maatschappij in 't*bizonder.

Ook de Kerken, ofschoon zij een eigen terrein hebben, hebben belang bij de Overheid, omdat zij ook eene uitwendige zijde, en dus maatschappelijke belangen hebben. Zij hebben meermalen de hulp der Overheid noodig, en zij mogen zeker van hare macht gebruik maken, ter handhaving van hare zaken, voor zoover die betrekking hebben op het uitwendige.

Wij denken bijv. aan hare eigendommen, eigendomsrechten, publieke veiligheid enz.

Ieder blijve echter in zijn ambt op eigen terrein; de Kerken regeeren niet (gelijk Rome wil) in of over den Staat, en de Staat hebbe geen zeggenschap in of over de Kerken als zoodanig. Bü de rechte verhouding ontvangt de Overheid den zedelüken steun van de Kerken, en de Kerken genieten de hulp van de Overheid in zake hare uitwendige belangen, zonder door die hulp ook maar eenigszins belemmerd te worden in het doen van hare eigene zaken.

Deze twee terreinen, onderscheiden, en toch ook verbonden zijn, 'naar de geschiedenis, in de praktijk wel eens verward, en het zuivere standpunt is ook niet zoo gemakkelijk aan te wijzen.

Wij gelooven niet, dat onze Geref. vaderen in Art. 36 aan de Overheid hebben willen toekennen een zoogenaamde jus in sacra, maar alleen een jus circa sacra. De vraag is ech-

Sluiten