Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met de historisch gewordene toestanden, zij in het algemeen opgemerkt, dat wij aan geen bepaalde verklaring van dit Art. zijn gebonden, en dat kerkelijke toestanden of ook iemands kerkbegrip niet zelden de uitlegging wijzigt. Het laat zich büv. verstaan, dat leden van het Ned. Herv. Kerkgenootschap dit Art. gaarne anders lezen dan leden eener vrye Kerk: dezen vragen of de betwiste uitdrukkingen bepaald strijden met het begrip: „souverein in eigen kring," en genen, of ook uit dit Art. bewijzen zijn te halen, ter rechtvaardiging van de eenheid van Kerk en Staat, en alzoo van eene door den Staat bevoorrechte Kerk of Staatskerk. Wn, zün echter niet gebonden aan dat wat uit dit Art. wordt afgeleid, maar alleen aan wat staat geschreven, en eerst dan, wanneer het geschrevene kennelijk in strijd is met de doorgaande leer der H. Schrift, mag op herziening worden aangedrongen; niet wanneer dit het geval is met wat er uit afgeleid wordt.

Over het begin van dit Art. is onder ons geen kijf. Wie nog aan Gods Woord vasthoudt, gelooft „dat God Koningen, Prinsen en Overheden heeft verordineerd," en dat de Overheid Gods dienares is, die het zwaard niet tevergeefs draagt.

De vraagt is echter, wat zooal tot het ambt der Overheid behoort. „Acht te nemen en te waken over de politie," wordt ook algemeen toegestemd. „Maar ook de hand te houden aan den heiligen Kerkendienst." Met deze alinea begint het verschil van opvatting. Moest dit beteekenen, dat het tot het ambt der Overheid behoort, om den heiligen Kerkendienst in haar ambt te oefenen, wij zouden de stelling strijdig vinden met de H. Schrift, die ons leert, dat Jezus Koning is der Kerk, en dat HM voor de Kerken afzonderlijke ambten heeft ingesteld. Dat staat er echter niet. De hand er aan houden, kan ook beteekenen: niet onverschillig aanzien en toelaten, dat de Kerkendienst uitgeroeid of onmogelijk ge-

Sluiten