Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de grooten des lands, voor aartsbisschoppen en bisschoppen , van het ééne noodige, te getuigen.

Agbippa is de zoon van hem, van wien wij elders lezen' dat een engel des Heeren hem sloeg, omdat hij Gode de eer niet gaf. — Bebnice was de schoone zuster van agbippa, met wie hij gezegd wordt in bloedschande geleefd te hebben. Wij zwijgen over de verdere omgeving, daar wij uwe aandacht vooral willen vestigen op den Apostel. Nog eens dus: wie vraagt? Is het een man van een losbandig leven, die vroeger aan de uitspattingen der zonde en de genietingen der ongeregtigheid zich had overgegeven, zoodat hij het Evangelie omhelsde, om nu te vrijer de begeerlijkheden zijns harten te kunnen inwilligen? Hij zelf zegt u ergens dat hij "naar de regtvaardigheid die in de wet is, onberispelijk was" 2, en zoo gij misschien zijne eigene woorden niet gelooven wilt, laat zijne vijanden voor hem antwoorden: "Mijn leven," roept hij uit, "van der jongheid aan, hetwelk van den beginne onder mijn volk te Jeruzalem geweest is, weten al de Joden, als die van overlang mij te voren gekend hebben, indien zij het wilden getuigen, dat ik naar de bescheidenste sekte van onze godsdienst, als een Parizeer geleefd heb." Is hij misschien een onwetend man? Al zijne brieven getuigen er van, dat hij niet slechts de Heilige Boeken van zijn eigen volk, maar ook de geschriften der heidenen kende, ja dat hij, gelijk hij zelf zegt, een discipel van den vermaardsten leeraar van zijnen tijd, van gamaliël, was. Wie ooit rabbijnsche geschriften gelezen heeft, zal moeten toestemmen, dat bij een onuitsprekelijk groot verschil van inhoud, toch eene groote overeenstemming in den vorm van bewijsvoering tusschen paulus en de geleerdste rabbijnen bestaat. Laat zijne tegenstanders nog eens voor hem antwoorden: "de groote geleerdheid", zegt festus, "brengt u tot razernij!" Was hij dan misschien onverschillig voor de godsdienst waarin hij geboren

1 Hand. XII: 20, enz.

•! ïïlipp. III: 6

Sluiten