Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

roering, de beenderen naderen, elk been tot zijn been. Israël zal uit zijne graven door den Heer geopend, opkomen; Juda en Israël lang verdeeld, worden wederom tot één volk vereenigd, want "mijn knecht david zal Koning over hen zijn en zij zullen allen te zamen éénen Herder hebben, en zij zul* len in mijne regten wandelen en mijne inzettingen bewaren en die doen" '. In diepe smart des harten verootmoedigt zich daniël voor het aangezigt des Heeren; hij belijdt met. eenen verslagenen geest zijne zonden en die van zijne vaderen, van zijne vorsten en van zijn volk. Terwijl hij bidt en smeekt, komt de man gabriël snellijk gevlogen, raakt hem aan omtrent den tijd des avondoffers en roept den man Gods toe, dat binnen zeventig weken "slagtoffer en spijsoffer zullen ophouden, stad en heiligdom verdorven, en de Messias, die eene eeuwige geregtigheid aanbrengt, uitgeroeid worden, maar niet voor hem zeiven !. Zacharia ziet hem in een gezigt als den de zonde van zijn volk dragenden Hoogepriester, noemt Hem in duidelijke bewoordingen den man door den Heer verwekt, wiens naam is Spruit; den Herder, den man, die Gods Medgezel is, tegen wien het zwaard ontwaken zal3, en terwijl alle heidenen, die tegen Jeruzalem aankomen, verdelgd zullen worden, zal de Heer over het huis David's, en over de inwoners van Jeruzalem, den Geest der genade en der gebeden uitstorten, en zij zullen mij (den Heer) aanschouwen, dien zij doorstoken hebben *. In den tijd van haggaï waren er onder de overgeblevenen des volks sommigen, die den door nebtjkadnezar verwoesten tempel in zijne heerlijkheid gezien hadden en in wier oogen de nieuw opgebouwde als niets was. Waarmede vertroost de Heer de diep bedroefden? "Nog eens," spreekt Hij, "een weinig tijds zal het zijn, en ik zal de hemelen, en de aarde, en de zee, en het drooge doen beven. En ik zal de heidenen doen beven, en zij zullen komen tot den

1 Ezech. XXXVII: 24. 3 Zachl. XIII: 7.

2 Dan. IX: 24—27. 4 Zach. XII: 9, 10.

Sluiten