Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijn God is ook onze God, zijn Heer ook onze Héér, Hij is en blijft altijd dezelfde, Zijne hand is niet verkort, dat zij niet ook thans nog zou kunnen verlossen. Immers Hij spreekt en het is er, Hij beveelt en het staat er. Ik wensch voorzeker niet de eigenaardige heerlijkheid der Apostelen te ontkennen, of haar te kort te doen; ik weet, dat op het woord door hen gepredikt en geschreven, het geloof der gemeente Gods rust; evenwel, de genade eens aan saulus bewezen, wordt ook thans nog zonder geld en zonder prijs verkregen. De God Israëls heeft op nieuw een Israëlietisch huisgezin bezocht, en zij die thans door den doop in de gemeente des Heeren opgenomen wenschen te worden, zijn bereid om het voor den alwetenden God en in uwe tegenwoordigheid te belijden, dat zij in den gekruisten, hun Goël, hun Koning, hun Heer, hun God hebben gevonden.

Het voegt niet in hunne tegenwoordigheid in bijzonderheden te treden, doch mag ik naar waarheid zeggen, dat losbandigheid noch onwetendheid, onverschilligheid noch eigenbelang, ligtgeloovigheid noch bijgeloovigheid hen tot het omhelzen van het Christendom hebben bewogen, maar dat zij door de Schriften, die de Heer hun heeft uitgelegd, hunne harten en oogen openen, Zijne heerlijkheid hebben mogen aanschouwen en verstaan. Hij die aan het hoofd van dit huisgezin staat', kan met den Apostel zeggen, dat de Joden, indien zij het wilden, van zijnen eerlijken wandel zouden kunnen getuigen; helaas! tot dusver hebben zij bespot, verguisd, edeler wapen hebben zij niet gebruikt. Ik acht mij gedrongen in het openbaar te verklaren, dat geen der Rabbijnen van Amsterdam of zelfs van Holland de minste moeite gedaan heeft om dit huis* gezin door onderwijzing in de Schrift van het omhelzen des Christendoms terug te houden, dat geen hunner gewaagd heeft ze met den Bijbel te bestrijden en ze voor hunne, naar Jbodsche meening ontzettende dwaling, te bewaren. Men zal ze vervloeken, als afgevallenen vervolgen, men zal ze op alle mogelijke wijze benadeelen, maar men zal hun niet veroorloo-

Sluiten