Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene vergadering van menschen, ik wilde er ingaan, maar aarzelde; na my eenigen tijd bedacht te hebben, waagde ik het eindelijk binnen te gaan. Daar hoorde ik eene voorlezing van den Heer looman, welke mij zeer beviel. Ik ging naar huis na den afloop dezer voorlezingen, vertelde mijne vrouw deze wonderlijke leiding Gods en verzocht haar, om den volgenden Maandag met mij mede te gaan, waar zij eindelijk in toestemde, hetwelk mg zeer verblijdde, en hier toonde de Heer alweder zijne wonderbare genade; want die voorlezing boeide haar zoodanig, dat zij daar 's Maandags regelmatig naar toe ging. Zij las vervolgens trouwden Bijbel en voornameUjk het Nieuwe Testament, hetwelk dat gevolg had, dat zij spoedig bij mij begon aan te dringen, het Christendom te omhelzen. Doch ik was wel bekeerd met mijn verstand, maar nog niet met mijn hart; ik zocht nu zwarigheden en vond ze in het veranderen van den Sabbath en het nalaten van de besnijdenis, ik hield mij nog doorgaans vast aan wereldsche aangelegenheden, en was toen ook bevreesd voor mijne broodwinning; want, wanneer ik het Christendom aannam, dan zoude ik, alzoo vreesde ik, de Beurs moeten verlaten en wat dan aangevangen ? ik leefde aldus een geruimen tijd voort, maar had met dat al rust noch duur, waardoor ik menigen slapeloozen nacht had. Mijne vrouw vroeg mij dikwijls 's morgens, hoe het kwam, dat ik 's nachts niet sliep, hetwelk ik dan ontkende, daar ik mijn' toestand voor haar wilde verbergen; maar dikwijls kwam mg dan voor den geest: wat baat het een mensch zoo hij de geheele wereld gewint en lijdt schade aan zijne ziel? hetwelk ook de Psalmist zegt: (Ps. XLIX: vs. 8 en 9) "Niemand van hen zal zijnen broeder immermeer kunnen verlossen, hij zal Gode zijn rantsoen niet kannen geven; want de verlossing hunner ziel is te kostelijk en zal in eeuwigheid ophouden". Maar met dat al kon ik nog niet besluiten en my'n toestand werd hoe langer hoe slimmer, terwijl ik hoe langer hoe meer behoefte gevoelde aan mijnen Verlosser en Zaligmaker, en toch niet waagde op Hem al mijne bekommernissen te werpen en Hem de zorg voor mij en de mijnen naar ligchaam en ziel over te laten. Ik sprak met den Heer schwartz en met mijne vrouw hierover heen en weder en zij bragten mij onder het oog, dat wij. zoo niet konden voortleven. Ik zeide hun, dat ik volkomen geloofde in jezus van Nazareth, als mijn Goël en Zaligmaker, en dat door Zijne striemen mij genezing is geworden, en dat de Heer al mijne zonden op Hem heeft doen aanloopen, maar op dien grond ging ik toen voort en verbeeldde mij, dat het genoeg was te gelooven en dat bijgevolg de Doop niet noodzakelijk was; maar hier werd ik alweder in de engte gedreven, daar ik werd gewezen op de woorden: -"'Die mij voor de menschen zal belijden, dien zal ik ook belijden voor mijn Vader die in de hemelen is; maar die mij voor de menschen zal verloochenen, dien zal ik ook verloochenen voor mijn Vader die in de hemelen is"; maar ik kon met dit al nog tot geen besluit komen. Intusschen werden wij door den Wei-Eerwaarden Heer schwabtz bezocht en door hem en later ook door den Wei-Eerwaarden Heer bmtth, regelmatig in de goddelijke waarheden onderwezen, zoowel mijne kinderen als mijne vrouw. Mijne oudste dochters waren echter in den beginne vijandig tegen het Christendom. Zg zeiden dikwgls, dat zij het Christendom niet wilden aannemen. Wij vermaanden haar dikwerf den Bijbel te lezen, hetwelk ook door Gods trouwe geschiedde en waardoor hunne vijandschap in liefde voor den Heer veranderde. Meer dan een jaar lazen zg wekelijks met Mevrouw schwartz de Schriften des Ouden Testaments en later ook het Evangelie van Mattheus; vervolgens gaf ik mijn verlangen te kennen om eerstdaags in de.

Sluiten