Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer dit punt in de drukpers aengeraekt werd, is een dagblad als verdediger van Marnix opgetreden; doch het heeft de bepleite daedzaek met eene andere verward, en al de dagbladen hebben, ten minste stilzwygend, als eene onwederlegbare waerheid erkend, «dat Marnix de kerk van Lier geplunderd had. »

Daerom zal het niemand ongepast voorkomen, zoo wy dit punt een weinig van naderby beschouwen, des te meer daer het met de geschiedenis van Lier in nauwe betrekking staet.

Zonder ons met al de uitbreidingen, welke aen de beschuldiging gegeven zyn geweest, bezig te houden, zullen wy ze tot haren eenvoudigsten vorm samentrekken, en ze wedergeven gelyk Van Lom, op wiens gezag zich allen beroepen, ze zelf nederschryft.

Zie hier wat men in het vierde hoofdstuk, bladz. 523, van de Beschryving der stad Lier in Brabant door Cl). Van Lom, ontmoet :

« Tusschen den 9. en 10. April des jaers 1580, quam » Philips van Marnix, Heer van Sl. Aldegonde, die de nieuwe » religie zeer toegedaen, en een groote Gunsteling der Prince » van Oranje was, binne Lier, vergezelschapt met zeker slegt » volk, en eenige predikanten, die hun gevoegd hebben by de » zoldaten die alhier in bezetting lagen, en hebben op den 10. » April, zynde Zondag, de Kerk van SinteGommar omcingeld, » braken met geweld de Deuren open, pionderde dezelve, en » baelde de Kostlykheyd daeruyt, waer onder veele Juweelen, » zilvere Kandelaers, Ampullen, Wierooks-Vaten, zilvere Re» monstrantien, als mede een zilver Beeld van Sint Gommar,

Sluiten