Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo spreekt Van Lom in het vierde-hoofdstuk bfadz. 323, Maer zie hier nu wrat hy, in het eerste hoofdstuk, bladz. 75, over den gewaenden aenval van Mamix. op Lier, verhaelt.

« Op den 10 April quam binnen deze stad Philips van Marnix » heer van Sint Aklegonde die de nieuwe gevoelens van » Calvyn toegedaen en door den Prins van Oranje tot burge» meester van Antwerpen aengesteld was, met omtrent vyf » honderd gewapende mannen en. deeden allerhande buiten» spoorigheden aen de kerken, waer van wy op, een andere » plaets zullen spreken. »

Zonder ons met de kleine tegenstrydigheden van die twee plaetsen des werks onledig te houden, zullen wy doen bemerken, hoe beide te samen genomen, slechts de iverkeloosheid om het plunderen te beletten, en geenszins de medepligligheid daerstellen van Marnix, indien deze zich wezenllyk, ten die» tyde, te Lier bevonden had.

De eerste zegt inderdaed dat Marnix te Lier kwam, maer legt alleenlyk aen het slecht volk, dat hem vergezelde , en aen da soldaten van het garnizoen, en geenszins aeu Marnix zeiven de plundering der kerk ten laste.

De tweede plaets echter beschuldigt de soldaten,, met welke Marnix gekomen was of aen wier hoofd hy stond.

Doch dit zyn kleine bemerkingen, welke wy daerlaten, om op het byzonderste punt neêr te komen, hetwelk over geheel die zaek een nieuw licht verspreidt.

« Marnix, » zegt Van Lom, in het tweede fragment dat wy aengehaeld hebben, « die de nieuwe gevoelens van Calvypt toegedaen en door den Prins van Oranje, tot Burgemeester van Antwerpen aengesteld was. »

Hier zet Van Lom eene geschiedkundige onwaerheid vooruit,

Philips van Marnix werd eerst in 1583 tot buitenburggmeesr ter van Antwerpen benoemd,en slechts op 30*° November 1582 werd hy tot lid der Antwerpsche Wet gekozen. Volgens de beschryving van Lier nogtans zoude hy reeds op 10dbn Apri 1580, als burgemeester aengesteld zyn.

Sluiten