Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de gewone leden, als van eene gemeenschappelijke werkzaamheid wordt gesproken. Omtrent dezen vereenigden invloed op de benoeming der leeraars leest men: »De gewone en uitwendige roeping bevat twee deelen: de verkiezing en de ordening. De eerste bestaat uit het verkiezen van een of van meerdere personen, die de meeste bevoegdheid hebben, om de bestaande vacature te vervullen: beide volgens het oordeel der ouderlingen en met toestemming der gemeente, over welke de persoon of personen aangesteld worden moet." En verder: «Men moet zich wachten.van iemand in eenige kerkelijke bediening op te dringen tegen den wil der gemeente , waarbij die bediening openstaat, of ook zonder toestemming van den Kerkeraad." Hierin nu worden de wederzijdsche functiën van den Kerkenraad en van de gewone leden, en de noodzakelijkheid van bèider toestemming tot het aanleggen van den band tusschen een leeraar en zijne gemeente, benevens beider volstrekte onafhankelijkheid van alle vreemde overheersching, op duidelijke wijze voorgesteld.

Bij hare eerste erkenning door den Staat, was de Kerk van Schotland alreeds in het bezit eener geloofsbelijdenis en oefende zij al die bedieningen uit, welke tot eene Christelijke Kerk in haren normalen toestand behooren; ook bij die gelegenheid werd geen harer grondbeginsels opgegeven en van dien dag af tot op dezen toe, is zij nooit daarvan afgeweken.

Hare geheele geschiedenis integendeel is niet anders dan een practisch belijden van de leer der onafhankelijkheid in geestelijke zaken. Om den wille van die onafhankelijkheid, heeft zij den toorn der magt-

Sluiten