Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Totdat de gemeente op deze wijze heeft betuigd, dat zij den voorgestelde» candidaat aanneemt, en deze van zijnen kant zijne bereidwilligheid heeft te kennen gegeven, mag de Kerkeraad niet wettiglijk overgaan tol het onderzoek hetwelk ten opzigte van hen, die naar de bediening dingen, voorgeschreven is. Een te gering aantal onderteekeningen, is eene wettige hinderpaal voor alle verdere maatregelen, zoodat de toestemming der gemeente bij het aanstellen van een leeraar als hoofdvoorwaarde moet worden aangemerkt.

Reeds in het jaar f567 werd het Patronaat of Gollatieregt ingevoerd, geenszins voorzeker op verlangen, maar toch met toestemming der Kerk. Het groote beginsel van niet opdringen (non-intrusion) bleef daarbij echter ongekrenkt; het tegendeel zou door de Kerk voorzeker, ook niet zijn geduld. De collator had overigens opk alleen regt over het beneficie, niet over de zielszorg. De Kerk behield vounaakte vrijheid, om krachtens hare eigenaardige geestelijke regten, den voorgestelden candidaat na voorafgegaan onderzoek omtrent zijne bekwaamheden, aan te nemen of te verwerpen, en dat op de straks vermelde wijze, waarbij niet alleen het oordeel van den Kerkeraad, maar ook de toesj^eraiming der gemeente een onmisbaar element was. Slechts in geval men den candidaat op niet-geestelijke gronden weigerde, zoo als b. v. omdat de candidaat van een onwettigen patroon hem voorgetrokken wepd — dan had, onder goedkeuring der burgerlijke geregtshoven, de wettige collator het regt om »de gansche vrucht van het beneficie in handen te houden," zelfs wanneer een

Sluiten