Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kerkeraad een door eene gemeente eigenwillig beroepen candidaat bevestigde, zonder zich bewust te zijn, dat er voor die gemeente een patroon bestond, — hetgeen meer dan eens geschied is — kon het burgerlijk geregtshof geen herstel geven door de Kerk te dwingen het gebeurde te herroepen; al wat er voor haar uit volgde, was het gemis van het beneficie gedurende het leven van den nieuwbenoemden leeraar.

De geestelijke functiën der kerk, beide in hare Kerkeraden en gemeenten bleven ongedeerd, ook toen het patronaat na een'tijd lang te zijn afgeschaft, in 1712 wederom werd hersteld. Met hare eigene onafhankelijke regtspleging behield zij ook het regt, om een beroep al of niet geldig te verklaren. Niet alleen begreep zij en alle partijen binnen in haar gedurende de voorgaande eeuw, dat zulks baar wettig standpunt was; maar ook in de werken der groote constitutionele wetgeleerden van Schotland, zoo als Crosbie, de vermaarde Lord Kaimes, enz., zijn dezelfde beginsels nedergelegd; ook werden al de besluiten der burgerlijke geregtshoven tot aan den aanvang der laatste geschillen toe, in dezen zin uitgebragt. Wel is het waar, dat toen de geest des diepen slaaps, die gedurende de laatste eeuw op al de kerken der hervorming is gevallen, ook in Schotland'ingang gevonden had, de Kerkeraden begonnen zich te vergenoegen met een zeker getal onderteekeningen van het beroep, dat al kleiner en kleiner werd. Op deze wijze hadden ongetwijfeld verscheidene indringingen ititrusions) plaats; doch het kwaad lag in de prac-

Sluiten