Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

^bedrieger; buitendien staan hem nog eigenaardige vooroordeelen, het gevolg van opvoeding en omstandigheden, in den weg. Dat derhalve de Israëliet zich niet opgewekt gevoelt naar de Christelijke prediking te luisteren, en de leeraars van hunne zijde zich bij hunne overstelpende bezigheden, niet meer bepaaldelijk aan de Evangelisatie van Israël kunnen wijden, gelooven wij gaarne; de arbeid van een zendeling onder Israël, kan derhalve niet overbodig worden geacht, en had zich als van lieverlede aai dien der Hervormde Leeraars kunnen aansluiten Dat deze aansluiting door ons werd gezocht en begeerd, blijkt onder anderen uit het volgende: het korte geschrift dat wij bij gelegenheid onzer komst hebben uitgegeven, werd aan alle Leeraars, zonder onderscheid van orthodoxie of niet-ortbodöxie, toegezonden. Ook UEerw. heeft daarvan een exemplaar ontvangen. Bij die circulaire was een eigenhandig briefje gevoegd, waarin gezegd werd: dat men wel durfde Veronderstellen, dat de ontvanger zich zoude vereenigen met de gevoelens daarin uitgedrukt, en bereid was, des verlangend, op elk uur en op eiken dag, nadere inlichtingen te geven omtrent de Vrije Schotsche kerk in het algemeen, of omtrent deze hare Werkzaamheden in het bijzonder. Geen enkele der Hollandsche Leeraren nu heeft dezen brief beantwoord of de gewenschle gelegenheid tot zamenspreking gegeven •).

*) Voor lezers buiten Amsterdam achten wij ons verpligt hier bij te voegen, dat in het jaar 1849 DD*. Sluiter, Hasebroek, Brandt , Güye, de Hoop Schepper en van der Goot zich nog niet in deze stad bevonden; overigens werd de brief door een persoonlijk

Sluiten